Afgelopen vrijdag behandelde het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Zwolle de klachten die door een 34-jarige oud-verpleegkundige van het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen (WZA) tegen een verpleegkundige, drie psychologen en drie psychiaters had ingediend.
Klik hier voor een verslag van de zitting in De Volkskrant.
Cliënt klopte eind 2022 met PTSS-klachten aan bij de GGZ Drenthe. Hij uitte een noodkreet. In de coronatijd werkte hij als verpleegkundige op de longafdeling. Op de afdeling lagen mensen in de zwaarste categorie in een terminale fase. Hij zag stikkende mensen. Cliënt kreeg hierdoor mentale problemen. In een eerste indicatiegesprek bij de GGZ vertelde hij dat hij bij patiënten de zuurstoftoevoer verminderde of de morfinedosis verhoogde. Deze handelingen maakten deel uit van zijn dagelijkse werkzaamheden. De uitlatingen werden echter opgevat als een bekentenis dat hij een twintigtal moorden had gepleegd.
Uiteindelijk hebben de zorgverleners besloten hun beroepsheim te schenden door hun bevindingen en conclusies te delen. De directie van de GGZ Drenthe heeft begin 2023 het WZA in kennis gesteld. Het bestuur van het WZA heeft vervolgens aangifte gedaan. Cliënt is daarop aangehouden en heeft 6 weken in voorarrest doorgebracht. Een jaar later heeft het OM na uitvoerig onderzoek vastgesteld dat er geen bewijs was. Wat tijdens de aangifte de grootste moordzaak in de Nederlandse geschiedenis leek, leidde uiteindelijk tot een sepot.
De raadslieden Ronald Knegt en Tjalling van der Goot – die cliënt ook in de strafzaak bijstonden – stellen dat de zorgverleners geen recht hadden om hun beroepsgeheim te doorbreken. Cliënt is niet behandeld, er hebben geen nadere gesprekken plaatsgevonden, de psychiaters in de directie hebben cliënt zelfs in het geheel niet gesproken en men heeft zich niet verdiept in de gang van zaken op de longafdeling. Aldus zijn de woorden van cliënt verkeerd begrepen. De raadslieden voerden daarnaast aan dat het aan een deugdelijke verslaglegging ontbrak.
Schending van het beroepsgeheim kan alleen bij een conflict van plichten of als er een zwaarwegend belang is. Daarvan is volgens Knegt en Van er Goot geen sprake. Een psycholoog constateerde eind 2022 nota bene een laag gevaar voor herhaling. Bovendien was cliënt al een half jaar niet meer werkzaam als verpleegkundige waardoor – als de uitlatingen van cliënt al juist zouden zijn – geen sprake was van acuut gevaar.
Volgens de advocaten kwam cliënt voor hulp, maar vertrok hij in de handboeien.
Cliënt benoemde dat op deze wijze voortaan niemand in geestelijke nood zich tot de GGZ zal wenden. Er bestaat immers gevaar dat de inhoud van het vertrouwelijke gesprek bij de politie terecht komt. Cliënt: “Ik was daar niet om te moorden. Ik was daar om mensen te helpen.”
Het tuchtcollege doet uitspraak op 24 juli.
@DeVolkskrant
.jpg)