In oktober 2024 ontstond duw- en trekwerk in de toiletruimte in de sociëteit van studentenvereniging Vindicat in Groningen. Wat er daarna gebeurde is onduidelijk. Feit is dat een student aangifte deed van zware mishandeling. Hij zou in de toiletruimte zijn geslagen, in een armklem zijn gehouden en op de grond zijn gegooid. Daarbij had hij zijn bewustzijn verloren. De verdediging keek anders tegen de zaak aan. Er was volgens haar geen sprake van een mishandeling. Raadsman Tjalling van der Goot vroeg eerder aan de officier van justitie om de zaak te seponeren. De officier ging hierin niet mee. Uiteindelijk oordeelde de politierechter afgelopen week dat deze zaak zich had kunnen lenen voor een afdoening buiten de rechter om. Nu hij toch een oordeel moest vellen, oordeelde hij dat een schuldigverklaring zonder oplegging van straf volstond.
Klik hier voor een artikel over de zitting in het Dagblad van het Noorden.
De verdediging uitte kritiek op de handelwijze van het OM. Onze cliënt werd eerst verdacht van zware mishandeling. Toen uit medische stukken bleek dat het letsel zich had beperkt tot enkele (geringe) blauwe plekken, werd de verdenking afgeschaald naar een poging tot zware mishandeling. Ter zitting eiste de officier van justitie vrijspraak van de poging tot zware mishandeling en kon in haar visie hooguit een eenvoudige mishandeling bewezen worden. Volgens raadsman Van der Goot miskent het OM daarmee de impact die een zware verdenking op een verdachte heeft. Indien het OM op voorhand al weet dat een poging tot zware mishandeling niet te bewijzen is, moet het OM dit feit ook niet op de dagvaarding plaatsen, aldus Van der Goot.
Na het incident hebben cliënt een aangever de zaak uitgesproken. Uit stukken bleek dat de aangever geen vervolging van cliënt wenste. Ze wonen in dezelfde straat en komen elkaar geregeld tegen. De studentenvereniging heeft cliënt een langere tijd geschorst.
De door een arts geconstateerde blauwe plekken (van geringe omvang) zouden kunnen passen bij de door cliënt erkende armklem. Deze had hij toegepast omdat in zijn ogen de aangever agressief was geworden. Deze sloeg wild met zijn armen om zich heen. Cliënt wilde kalmeren en legde zijn arm om het hoofd van de aangever. Dit is door enkele getuigen bevestigd. De verdediging bepleitte dat cliënt zich moest en mocht verweren en dat deze actie proportioneel was. Noodweer dus. Cliënt mocht gerechtvaardigd deze vorm van geweld toepassen. Dat zou moeten leiden tot een vrijspraak. Voor zover de rechter dit verweer zou passeren, bepleitte de raadsman een schuldigverklaring zonder oplegging van straf.
Volgens de rechter was geen sprake van een ernstig feit. Een noodweersituatie achtte hij niet aannemelijk, volgens de rechter had cliënt kunnen weggegaan. Hij zag geen enkele toegevoegde waarde in een straf en volstond met de vaststelling dat cliënt schuldig was zonder strafoplegging.