Op 8 januari jl. heeft het gerechtshof in Den Bosch de strafzaak behandeld tegen een 36-jarige vrouw die wordt verdacht van doodslag op een acht maanden oude baby in 2019. Onze cliënte was gastouder en had de zorg over – onder meer – het latere slachtoffer. Het slachtoffertje is reanimatiebehoeftig geworden en na opname in het ziekhuis en dag later overleden. Cliënte ontkent stellig iets met de dood te maken te hebben. De rechtbank veroordeelde cliënte tot een gevangenisstraf van zes jaar. Tegen dat vonnis gingen zowel het OM als de verdediging in hoger beroep.
Klik hier voor een publicatie over de ziting op de website van Omoep Brabant.
Er zijn geen getuigen of beelden. De bewijsvoering is afhankelijk van forensisch-medisch bewijs. Het NFI heeft geconcludeerd dat sprake was uitgebreide netvliesbloedingen en hersenletsel. Volgens het NFI is het waarschijnlijker dat dat dit toegebracht letsel is dan dat dit een andere oorzaak heeft. Volgens het OM is sprake geweest van heftig botsend geweld of hevig schudden (ook wel shaken baby syndrom genoemd). Omdat cliënte als enige volwassene in de woning was, eiste het OM een veroordeling wegens doodslag en een gevangenisstraf van acht jaar.
Raadsman Tjalling van der Goot bepleit vrijspraak. In de eerste plaats is de door het NFI gebruikte waarschijnlijkheidsgraad voor toegebracht letsel een lage. Die laat volop opties voor andere doodsoorzaken open. Bovendien ontbreekt het aan uitwendig letsel dat in ieder geval bij fors botsend geweld aanwezig zou moeten zijn. Een door de verdediging ingeschakelde gepromoveerde kinderarts-neonatoloog had gerapporteerd dat uit onderzoek blijkt dat bij toegebracht letsel de tijdspanne tussen het geweld en de presentatie van de symptomen variëren van uren tot dagen. Het slachtoffer was slechts enkele uren in de woning van cliënte zodat in dat geval iedereen die in de dagen ervoor met de baby in aanraking is geweest het letsel zou hebben kunnen toebrengen.
Het hof doet uitspraak op 29 januari.