Het gerechtshof in Den Bosch heeft een 36-jarige vrouw veroordeeld wegens doodslag een acht maanden oude baby in 2019. Onze cliënte was gastouder en had de zorg over – onder meer – het latere slachtoffer. Het slachtoffertje is reanimatiebehoeftig geworden en na opname in het ziekhuis en dag later overleden. Cliënte ontkent stellig iets met de dood te maken te hebben. Het hof legde een gevangenisstraf van 6,5 jaar op. Het OM had 8 jaren geëist.
Klik hier voor de uitspraak.
De uitspraak is een enorme klap voor cliënte.
Er zijn geen getuigen of beelden. De bewijsvoering is volledig afhankelijk van forensisch-medisch bewijs. Het NFI heeft geconcludeerd dat sprake was uitgebreide netvliesbloedingen en hersenletsel. Volgens het NFI is het waarschijnlijker dat dat dit toegebracht letsel is dan dat dit een andere oorzaak heeft. Volgens het OM is sprake geweest van heftig botsend geweld of hevig schudden (ook wel shaken baby syndrom genoemd).
Door raadsman Tjalling van der Goot is een gepromoveerde kinderarts-neonatoloog ingeschakeld. Volgens deze blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat bij toegebracht letsel de tijdspanne tussen het geweld en de presentatie van de symptomen variëren van uren tot dagen. Het slachtoffer was slechts enkele uren in de woning van cliënte zodat in dat geval iedereen die in de dagen ervoor. Het hof neemt de conclusies van deze deskundige niet over omdat hij geen forensisch arts is en “bijvoorbeeld geen wetenschappelijke publicaties op forensisch-medisch gebied geschreven” heeft. Voorts stelt het hof dat de deskundige niet dezelfde vragen heeft beantwoord die aan de andere deskundigen zijn voorgelegd.
Door de verdediging is cassatie ingesteld. De uitspraak is dus nog niet onherroepelijk.
De uitspraak past helaas in een beeld dat het voor de verdediging in dergelijke zaken vrijwel onmogelijk is om de bevindingen en conclusies van door de rechter benoemde deskundigen - zoals van het NFI - met een tegenonderzoek te bekritiseren. Forensisch artsen blijken hiervoor in de praktijk huiverig. Artsen die niet forensisch zijn opgeleid maar wel bereid zijn kritisch naar de NFI-rapportages te kijken, worden blijkens de uitspraak van het gerechtshof door rechters gemakkelijk terzijde geschoven. Het wringt bovendien dat het hof oordeelt dat de door de verdediging ingeschakelde deskundige niet dezelfde vragen heeft beantwoord als de andere deskundigen maar dat het niet de behandeling van de zaak heeft aangehouden om deze deskundige daartoe ialsnog n de gelegenheid te stellen.
Het is nog niet bekend wanneer de Hoge Raad uitspraak doet.