Vandaag verscheen in de Leeuwarder Courant een opiniestuk van Tjalling van der Goot. Hij signaleert dat het detentiewezen “piept en kraakt”. Zo worden zelfmelders worden voorlopig niet meer opgeroepen om een gevangenisstraf te ondergaan. Dat is onhoudbaar en vraagt om verandering.
Naast personeelstekort kent volgens Van der Goot de huidige problematiek twee andere oorzaken: de ruimhartige toepassing van voorlopige hechtenis en het opleggen van korte gevangenisstraffen. Indien minder vaak voorarrest wordt toegepast en meer gekeken wordt naar alternatieven voor een kortdurende celstraf, maakt dat de samenleving niet onveiliger en vermindert de druk op de cellen. Bovendien bespaart de samenleving veel kosten.
Allereerst de voorlopige hechtenis, het vastzetten in afwachting van de berechting. De wet regelt dat deze gereserveerd is voor uitzonderingsgevallen. Het is een uiterst middel. De praktijk is echter weerbarstig. Uit onderzoek blijkt voorts dat rechters creatief en ruimhartig omgaan met de strikte voorwaarden voor voorlopige hechtenis. Veel voorlopig gehechten worden later niet veroordeeld en hebben dus achteraf onterecht vastgezeten. De Staat betaal veel geld aan schadevergoeding voor deze gewezen verdachten. In plaats van ‘vast, tenzij’ moeten rechter uitgaan van ‘vrij, tenzij’.
Daarnaast worden veel korte celstraffen van enkele weken tot enkele maanden opgelegd. Onderzoek wijst uit dat deze korte straffen weinig effectief zijn, stigmatiserend werken en het gevaar voor herhaling verhogen. Een gevangenisstraf is ook nog eens erg duur. Hoewel vergelding ook een legitiem strafdoel is, is gebleken dat niet objectief kan worden vastgesteld dat een korte celstraf per definitie hieraan recht doet.
Als rechters terughoudender omgaan met voorlopige hechtenis en afzien van korte gevangenisstraffen, blijft Nederland veilig, komen cellen vrij en wordt geld bespaard.
