Nieuws

  • 12
    dec
    2022

    Hoger beroep Vos tegen veroordeling wegens dwang

    Vader Han en dochter Maranda Vos hebben hoger beroep ingesteld tegen de veroordeling wegens ‘dwang’. De politierechter in Groningen veroordeelde beide cliënten op 6 december jl. tot een werkstraf. Raadsman Tjalling van der Goot vergeleek ter zitting de vervolging wegens dwang met de moraalpolitie en stelde dat een bewezenverklaring voor dit feit inflatie van het begrip ‘dwang’ zou zijn.

     

    Waar komt het kort gezegd op neer?

     

    Cliënt Han Vos is vastgoedbeheerder. In de zomer van 2021 was sprake van ernstige fietsenoverlast voor een van zijn panden in de Groninger binnenstad. Voor een pand aan de Oostersingel stonden vele fietsen. Die situatie was niet alleen in strijd met een omgevingsvergunning, deze leverde ook gevaar op voor voorbijgangers. Bovendien kon Vos zijn pand niet verhuren. Overleg met functionarissen van de gemeente en verzoeken aan de eigenaren van de fietsen ok de problematiek op te lossen leverden niets op. Cliënt heeft toen de fietsen afgevoerd naar een opslagplek buiten de stad en de eigenaren laten weten dat de fietsen aldaar konden worden opgehaald.

     

    Journalist Willem Groenveld van het platform Sikkom schreef hierover en betichtte cliënt publiekelijk van het ‘jatten’ van fietsen. In de visie van cliënt had hij de fietsen slechts verplaatst en voelde hij – na volgende publicaties op Sikkom – in zijn persoon aangevallen en beschadigd. Niet de problematiek van de fietsenoverlast werd beschreven, maar slechts de in de ogen van de journalist onjuiste handelwijze van cliënt. Om ‘er van af te zijn’ heeft cliënt opdracht gegeven om de fietsen aan de overzijde van de woning van Groeneveld neer te zetten. Vervolgens is door de dochter van cliënt Han Vos een tekst op Facebook geplaatst met de tekst ‘Dankzij een welwillende Stadjer kunt u uw fietsen ophalen’. Daarbij was het adres en het telefoonnummer van Groeneveld genoemd, de naam was achterwege gelaten. Omdat Groeneveld in een tv-interview daarna had laten weten dat hij het verplaatsten van fietsen naar buiten de stad wellicht nog had kunnen waarderen als er een bloemetje bij was gedaan, is door dochter Maranda enkele dagen nadien op de verjaardag van Groeneveld ’s ochtends vroeg een bos bloemen en een fles wijn bezorgd. Volgens cliënten was dit een ludieke actie. Deze actie werd vergezeld van een muzikant. Groeneveld kon deze echter niet waarderen.

     

    Volgens het OM leveren de gedragingen ‘dwang’ in de zin van het wetboek van strafrecht op. Dwang is - kortweg - iemand wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden. Door de handelingen werd Groeneveld – volgens het OM – gedwongen te dulden dat er fietsen aan de overzijde van de straat stonden, dat zijn adres en een telefoonnummer op sociale media werden geplaatst en dat ongewild zijn verjaardag werd opgeluisterd.

     

    De verdediging stelde ter zitting dat het strafrecht niet bedoeld is om een waardering te geven aan de kwaliteit van een ludiek bedoelde  actie of om aan humor nadere invulling te geven. Een veroordeling wegens dwang zou volgens de raadsman een hellend vlak zijn. Immers, in dat geval kan vaker worden gesteld dat iemand gedwongen wordt een situatie te dulden. Met name als de aangever een actie niet kan waarderen. Hinder of pesterijtjes (als daarvan al sprake zou zijn) vallen buiten het bereik van het strafrecht.

     

    De politierechter achtte de feiten desondanks bewezen. Volgens hem gaat het bij de invulling van dwang  om de vraag of het gedrag maatschappelijk betamelijk is of niet. Het plaatsen van een adres en telefoonnummer van een journalist op Facebook is in het huidige tijdsgewricht niet betamelijk, ook al is de naam van de journalist niet genoemd. Datzelfde geldt - volgens de rechter - voor het bezorgen van een stel fietsen en de – volgens het OM sarcastische bedoelde – verjaardagsviering in de vroege ochtend. Aan vader Vos werd 80 uur, aan dochter Vos 60 uur werkstraf opgelegd.

     

    Cliënten hebben laten weten nooit de gedachte te hebben gehad dat ze zich schuldig zouden kunnen maken aan een strafbaar feit. Ze hebben hoger beroep ingesteld. Het betreft een principiële vraag die aan het gerechtshof moet worden voorgelegd. Namelijk, waar ligt de grens tussen een ludiek bedoelde actie, desnoods een pesterijtje enerzijds en het strafrecht anderzijds?

     

    De zaak zal te zijner tijd worden behandeld door het gerechtshof in Leeuwarden. Een datum is nog niet bekend.

@TjallingvdGoot "Nulmjitting Frysk yn de rjochtseal nimt it rjocht net serieus" https://t.co/r7eGcjAiJa