Nieuws

  • 26
    nov
    2020

    OM wil risicoaansprakelijkheid voor strafbare feiten in beveiligingsbranche invoeren

    Het openbaar ministerie introduceert een risicoaansprakelijkheid voor beveiligingsbedrijven en hun leidinggevenden voor onopgeloste geweldsfeiten. Dat stelt raadsman Tjalling van der Goot in drie strafzaken die op 24 november jl. dienden ten overstaan van de rechtbank in Den Haag. Het OM vervolgt in die zaken het beveiligingsbedrijf International Security Agency (ISA) bv, diens directeur en een projectleider die leiding gaf tijdens het evenement. Tijdens het evenement is door onbekende beveiligers een persoon mishandeld.

     

    Waar draait het om? In juni 2016 werd in Honselersdijk de Westlandse Cross georganiseerd. Dit is een groots evenement met vele bezoekers. ISA was ingehuurd om de beveiliging te verzorgen. Door ISA waren ook andere (lokale) beveiligingsbedrijven benaderd om beveiligers te leveren. Tijdens het evenement is een man – een bekende oud-profvoetballer – mishandeld. Volgens enkele getuigen zouden beveiligers verantwoordelijk zijn geweest voor deze mishandeling. De mishandelde ex-voetballer wordt er overigens zelf van verdacht eerder tijdens dat evenement een beveiliger van ISA een harde trap tegen het hoofd te hebben gegeven. Daarvoor eiste de officier van justitie ter zitting zes maanden cel.

     

    De mishandeling van de oud-voetballer zou moeten hebben plaatsgevonden nadat deze door beveiligers was aangehouden en vervolgens was afgevoerd naar een afgeschermd deel op het evenemententerrein. Ondanks uitgebreid politieonderzoek is niet vast komen te staan welke personen deze man hebben mishandeld. Het OM vervolgt om die reden thans de rechtspersoon, de directeur hiervan en de projectleider. Duidelijk is dat deze verdachten niet op de plaats delict waren. Zij zijn dus – ook volgens het OM - niet de feitelijke plegers van de mishandeling.

     

    Volgens het OM evenwel is het geweldsfeit de rechtspersoon en de leidinggevenden toe te rekenen. Dit omdat de aanhouding van personen een normale bedrijfstaak is en het bedrijf zeggenschap heeft over het optreden van beveiligers in het algemeen. In de visie van de verdediging is deze toerekening een gevaarlijke ontwikkeling. Immers, dan worden onopgeloste gewelddadige gedragingen toegerekend aan het op dat moment verantwoordelijke bedrijf en diens leidinggevende waarvan vast staat dat die niets met de feitelijke mishandeling te maken hebben. Beveiligingsbedrijven zullen in de toekomst – indien de rechtbank dit standpunt over zou nemen – drie keer nadenken alvorens beveiligingstaken worden aangenomen. Indien namelijk een onbekende beveiliger strafrechtelijk over de schreef is gegaan, is de werkgever strafrechtelijk verantwoordelijk. Een veroordeling van een bedrijf of de leidinggevende in de beveiligingsbranche impliceert het einde van het bedrijf. Na een veroordeling zal geen vergunning meer worden verleend op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Het is verboden om zonder vergunning beveiligingswerk te verrichten.

     

    Voor zover bekend is het de eerste keer dat een rechtspersoon wordt vervolgd voor het plegen van een opzettelijk gepleegd geweldsfeit.

     

    In ons strafrecht worden in beginsel alleen de individuele daders bestraft die zelf verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor het strafbare gedrag. Alleen in het theoretische geval dat buitenproportioneel geweld past binnen de sfeer van de rechtspersoon en mishandelingen door de leiding van het bedrijf zouden worden geaccepteerd, kan geweldadig gedrag aan de rechtspersoon en de leiding worden toegerekend. Daarvan is in de zaak van ISA geen sprake. Het bedrijf heeft een uitstekende naam in de beveiligingsbranche. De directeur is bestuurslid van de vereniging Nederlandse Veiligheidsbranche en steekt juist zijn nek uit om de beveiligingsbranche beter te maken. Personeel wordt adequaat opgeleid waarbij door het bedrijf zelfs een nieuwe ISO-gecertificeerde opleiding agressiereductie is geïntroduceerd.

     

    Beveiligers staan uit hoofde van hun functie vak in de voorhoede van het geweld. Bij een aanhouding op heterdaad mag door beveiligers – net als door elke burger - hooguit proportioneel geweld worden toegepast. Elke werknemer wordt met deze instructie opgeleid. Buitenproportioneel geweld wordt door ISA afgekeurd.

     

    Het OM eiste een taakstraf van 240 uur tegen de projectleider en geldboetes tegen de rechtspersoon en diens directeur.

     

    Het standpunt van het OM dat het bedrijf en de leidinggevenden verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor door anderen gepleegd geweld, is volgens de verdediging een gevaar voor de beveiligingsbranche en niet in het belang van een veilige samenleving. Het is een nieuwe en gevaarlijke koers. De verdediging bepleitte vrijspraak.

     

    De rechtbank doet uitspraak op dinsdag 15 december a.s.

@TjallingvdGoot "Principieel verweer over rechtmatigheid avondklok niet waarschijnlijk” https://t.co/DBNrUAeMRE pic.twitter.com/8vLdQv093L