Nieuws

  • 10
    sep
    2020

    Column Tjalling van der Goot: Lokale regels, zo houd je de rechtsstaat voor de gek

    De nieuwssite It Nijs heeft recent op haar website een Friestalige column van Tjalling van der Goot gepubliceerd. Volgens hem gaan lokale bestuurders steeds meer op de stoel van de nationale wetgever zitten. Aanleiding is een recent ingevoerd algeheel messenverbod in de gemeente Smallingerland. Sommige bepalingen in een gemeentelijke APV of in de noodverordeningen van de Veiligheidsregio zijn strijdig met hogere regelgeving. Overtreding van de lokale bepaling is een strafbaar feit. Overtreders zouden verweer moeten voeren indien zij hiervoor worden vervolgd.

     

    Hieronder volgt de Nederlandse vertaling.

     

    "Lokale bestuurders grijpen steeds meer de macht. Het is een gruwel voor iedereen die de democratie en de rechtstaat een warm hart toedraagt. Wat is er aan de hand?

     

    De Raad van de Gemeente Smallingerland heeft recent een zogenoemd messenverbod in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) opgenomen. Het is vanaf nu verboden om op openbare plekken messen en andere voorwerpen waarmee gestoken kan worden bij zich te dragen. Alleen als de messen en andere voorwerpen zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor dadelijk gebruik als steekwapen kunnen worden aangewend, is het verbod niet van kracht. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit. Maar is het niet in strijd met de Wet Wapens en Munitie? In die wet is immers geregeld welke wapens wel en niet zijn toegestaan.

     

    Bekend is natuurlijk ook de discussie over de noodverordening Covid-19 van de Veiligheidsregio. In die regeling is bijvoorbeeld opgenomen dat men 1,5 meter afstand moet houden. Maar geldt dat ook in huis? Maar het leven dat zich achter de voordeur afspeelt is toch privé? Dat is geregeld in internationale verdragen en ook in onze Grondwet. Bovendien is er een verbod op samenkomsten. Maar hoe zit het dan met het in verdragen en in de Grondwet geregelde grondrecht van demonstreren?

     

    Op papier is het keurig geregeld in ons land. We hebben internationale verdragen, de Grondwet, nationale wetten en lagere regelgeving. Een lagere regel mag niet in strijd zijn met een hogere regel. De laatste tijd zien wij evenwel dat met name de Veiligheidsregio en de gemeenten slecht met dit rechtstatelijk dogma uit de voeten kunnen. Men bedenkt regels die men niet mag maken. Een kwalijke zaak.

     

    Terug naar de messen in Drachten. Ik begrijp op zichzelf heel goed de zorgen in die gemeente. Ook ik zie liever geen messen en voorwerpen die hierop lijken in het centrum van die plaats. Er komt alleen maar ellende van. Het gemakkelijkst is om deze voorwerpen vervolgens in de APV te verbieden. Maar gemakkelijk is wel fundamenteel juridisch fout. Hoe zit dat?

     

    Kortgezegd komt het erop neer dat de gemeente de bevoegdheid heeft om regels te maken. Die regels staan in de APV. Er zijn echter grenzen aan die regels. De ondergrens houdt in dat de regels beperkt zijn tot openbare feiten en dus ook alleen tot het gemeentelijk belang. De bovengrens ligt bij hogere regelgeving zoals de nationale wet. Als het dus gaat om hetzelfde onderwerp en hetzelfde motief mag de APV niet in strijd zijn met een hogere wet. Alleen als de wet niets geregeld heeft op dit punt, mag een APV aanvullen.

     

    Het is duidelijk dat de Wet wapens en munitie hetzelfde onderwerp regelt als de APV. Het gaat in beide gevallen om beheersing en bestrijding van wapenbezit. In de wet is – naast diverse tot in detail beschreven wapens – ook geregeld dat alle voorwerpen die geschikt zijn om daarmee te bedreigen, verboden zijn. Dat gaat dus ook om alle messen en andere voorwerpen waarmee gestoken kan worden, zoals in de APV van de Gemeente Smallingerland staat. Daarmee is vastgesteld dat de APV een regeling is waarin reeds in de nationale wet is voorzien. En dat is niet toegestaan.

     

    Op dit moment loopt er een strafzaak bij de Hoge Raad over een probleem dat veel lijkt op wat in de Gemeente Smallingerland speelt. Een man is veroordeeld omdat hij in het centrum van Amsterdam een aardappelschilmesje in de zak had. In de APV van de hoofdstad staat evenwel dat iemand geen messen en andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij hem mag hebben (uitgezonderd de situatie dat deze voorwerpen zodanig zijn ingepakt dat deze niet voor dadelijk gebruik aangewend kunnen worden). Een tekst die veel lijkt op de tekst in Drachten. De advocaat-generaal geeft in dergelijke cassatiezaken een advies aan de Hoge Raad. Eind juni is er dit uitgebreide advies over deze Amsterdamse zaak gepubliceerd. Meestal volgt de Hoge Raad dit advies op. Volgens de advocaat-generaal regelen de APV én de wet hetzelfde onderwerp en hebben beide dezelfde doelstelling. Het gaat immers om bescherming van de openbare orde en van de persoonlijke integriteit en veiligheid. Het is dan niet toegestaan om in een APV het dragen van messen te verbieden, de wet regelt dit immers al. De advocaat-generaal stelt voor om de APV onverbindend te verklaren. Dit betekent dat de APV op dit punt volgens deze deskundige in strijd is met de nationale wet. En dat is niet toegestaan. De Hoge Raad zal binnenkort uitspraak doen.

     

    Er zijn meer voorbeelden. Zo werd afgelopen jaar een strafzaak behandeld van een verdachte die zich schuldig had gemaakt aan ‘straatintimidatie’. Volgens de APV van de Gemeente Rotterdam is het namelijk verboden om mensen in de openbare ruimte uit te schelden of zich op aanstootgevende wijze te gedragen op straat. De verdachte had een vrouw nageroepen en daarbij zijn lippen getuit en handkusjes gegeven. Het gerechtshof in Den Haag oordeelde dat dit valt onder de vrijheid van meningsuiting en dat dit recht is vastgelegd in diverse verdragen en in onze Grondwet. Deze vrijheid, dit recht, mag niet in een APV worden beperkt. De verdachte ging vrijuit: de lagere regel wijkt voor het hogere recht.

     

    Smallingerland maakt nu dezelfde fout. In een APV zijn zaken geregeld die niet geregeld mogen worden. Waarom doet men dat? Krachtdadig optreden in plaats van rechtstatelijk denken. De wet aan de kant leggen in plaats van deze te accepteren. Het lijkt bijna alsof de gemeenten menen dat de nationale wetgever het niet goed kan regelen. Als dat zo is, is dat een politiek en democratisch probleem. Dat moet in Den Haag, niet in Drachten worden opgelost. Het kan niet zo zijn dat op lokaal niveau hogere regels aan de kant worden geschoven. Niemand mag voor eigen rechter spelen.

     

    Gelukkig zijn er onafhankelijke rechters die lokale uitglijders in een APV kunnen rechttrekken. Zo hoop ik bijvoorbeeld dat er een rechter zal zijn die de noodverordening van een Veiligheidsregio net als het “messenverbod” in de APV van de Gemeente Smallingerland ooit onverbindend en dus onrechtmatig zal verklaren. Er is misschien niet altijd wat mis met de inhoud van die regels, maar leg deze dan vast in de nationale wet. Dit is geen taak op gemeentelijk niveau. Als er een verdachte is die voor overtreding van dergelijke lokale regels moet voorkomen, hoop ik dat hij tegen dit verwijt stevig verweer voert. Het is soms goed dat er advocaten zijn om een verdachte hierbij juridisch te helpen."

     

     

     

     

@TjallingvdGoot @RenkumJan De 'Coronawet' is vandaag in het Staatsblad gepubliceerd en treedt morgen in werking.… https://t.co/bybblQtlmr