Recent verscheen een 33-jarige man bij de politierechter in Leeuwarden. Onze cliënt was door de officier van justitie gedagvaard op verdenking van belaging (stalking) van een zorgverlener in 2023 en 2024. Deze laatste had aangifte gedaan nadat hij maandenlang appjes en telefoontjes van onze cliënt kreeg. De zorgverlener werd belaagd nadat hij onze cliënt had laten weten hem niet te willen helpen.
Hoewel onze cliënt zich van de verweten gedragingen weinig kon herinneren als gevolg van een verslaving destijds, kon op basis van de bewijsmiddelen wel vastgesteld worden dat cliënt de feiten had begaan. De vervolgvraag was dan op welke wijze de zaak moet worden afgedaan.
Door raadsvrouwe Stephanie Heukers werd vooral benadrukt dat uit onderzoek was komen vast te staan dat de cliënt leed aan een stoornis met een beperkte gewetensfunctie. “In hoeverre kun je dan iemand iets verwijten?” De cliënt is inmiddels van de verslaving af. Zij bepleitte – mede als gevolg van het lange tijdsverloop sinds de feiten – een schuldigverklaring zonder oplegging van straf.
De rechter ging in zoverre met het pleidooi mee dat hij afzag van het opleggen van een onvoorwaardelijke straf. Een rechterlijk pardon ging de rechter te ver. Hij legde op een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar. De rechter verbond als bijzondere voorwaarde aan de voorwaardelijke straf een contactverbod met de zorgverlener. Indien onze cliënt zich aan het contactverbod houdt en binnen de proeftijd geen strafbare feiten pleegt, voelt hij in feite niets van deze straf.
@LC
