Het gerechtshof in Leeuwarden heeft vandaag een 54-jarige (voormalige) portiers van café De Swetser in Heerenveen vrijgesproken van poging doodslag, zware mishandeling en mishandeling dat zwaar letsel tot gevolg heeft. Onze cliënt werd verweten op 1 september 2024 opzettelijk een vervelende gast van het café voor de uitgang te hebben weggesleept waarna cliënt met zijn knie in de onderbuik van het slachtoffer terecht is gekomen. Volgens het hof is vastgesteld dat het slachtoffer als gevolg hiervan zwaar letsel (waaronder een darmperforatie) heeft opgelopen.
Raadsman Tjalling van der Goot had vrijspraak bepleit. Het hof volgt dit verweer voor zover dit ziet op opzet. “Voor zover al geconcludeerd zou kunnen worden dat in zekere zin sprake is geweest van een bewuste handeling, is onvoldoende duidelijk dat sprake was van een aanmerkelijke kans op de dood van aangever dan wel het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en dat verdachte die kans bewust heeft aanvaard.”
Klik hier voor de volledige uitspraak.
Het acht schuld wel bewezen. Hiervoor is cliënt veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk. Nu cliënt ruim drie maanden in voorarrest heeft doorgebracht, behoeft hij niet opnieuw de cel in. Daarnaast is aan cliënt een taakstraf van 120 uur opgelegd. Aan cliënt is ook een beroepsverbod voor de functie van beveiliger/portier opgelegd. Cliënt is na het incident gestopt als portier en is niet van plan weer in deze branche te gaan werken.
Aan cliënt was in eerste aanleg een gevangenisstraf van twee jaren opgelegd wegens zware mishandeling. Zowel de verdediging als het OM gingen tegen de uitspraak in hoger beroep. Het OM eiste in hoger beroep een gevangenisstraf van vijf jaren wegens poging tot doodslag.
Volgens het hof is wel sprake van schuld aan zwaar letsel. Er is weliswaar geen sprake van roekeloosheid of zeer onvoorzichtig gedrag, maar wel van aanmerkelijk onvoorzichtig handelen. Daarbij overweegt het hof dat voor cliënt als portier een verhoogde zorgplicht geldt. Anders dan de verdediging – die betoogde dat voor het bewijs van schuld in belangrijke mate van belang is dat voorzienbaar is zijn dat het gevolg intreedt en uit het onderzoek deze voorzienbaarheid niet vast te stellen is – oordeelt het hof "dat de focus op de zorgvuldigheid van het handelen van cliënt ligt, in plaats van op de vraag of het letsel voorzienbaar was." Nu cliënt op een andere wijze had behoren te handelen dan door het slachtoffer weg te slepen, is “het hof is van oordeel dat verdachte zijn handelen in strijd was met de zorgvuldigheid en oplettendheid die van een beveiliger verwacht mag worden.”
Cliënt betreurt de heftige gevolgen voor het slachtoffer. Cliënt heeft altijd verklaard dat hij ten val is gekomen. Uit camerabeelden blijkt dat het slachtoffer trappende bewegingen richting cliënt maakt voordat cliënt wankelt en daarna met zijn knie in de buikstreek van het slachtoffer terecht komt. Hoewel cliënt tevreden is dat het hof hem heeft vrijgesproken van alle opzetdelicten, stelt hij dat ook geen sprake is van schuld. Opvallend aan de uitspaak is dat het hof geen overwegingen wijdt aan het vereiste causale verband tussen het in de ogen van het hof onzorgvuldige gedrag van cliënt bij het wegslepen én het letsel.
Binnen veertien dagen kan zo nodig beroep in cassatie worden ingesteld