Het gerechtshof in Leeuwarden heeft vandaag een 29-jarige man veroordeeld wegens doodslag op zijn drie maanden oude zoontje in oktober 2022 in Assen. Hoewel het hof overweegt dat niet vast te stellen is welke handelingen onze cliënt precies heeft verricht, kan het volgens de raadsheren niet anders dan dat sprake is geweest van een forse krachtsinwerking. Uit het onderzoek is niet komen vast te staan dat cliënt de intentie had om zijn zoontje om het leven te brengen. Indien echter welbewust een aanmerkelijke kans op de dood wordt aanvaard, is ook sprake van opzet. Daarvan is volgens het hof sprake bij een heftige krachtsinwerking op het hoofd.
Voor wat betreft de straf neemt het hof als uitgangspunt een gevangenisstraf van acht jaren. Nu de redelijke berechtingstermijn is geschonden, past het hof een korting toe. Om die reden is een gevangenisstraf van 91 maanden (7,6 jaren) opgelegd.
Klik hier voor de volledige uitspraak.
Onze cliënt ontkent stelling en consequent iets met het overlijden te maken te hebben. Raadsman Tjalling van der Goot had vrijspraak bepleit, onder meer omdat zonder vaststelling van wat zich feitelijk heeft voorgedaan in de woning opzet lastig te bewijzen is. Is sprake van opzet de dood? Of opzet op (zware) mishandeling de dood tot gevolg hebbend? Of is hooguit sprake van schuld omdat cliënt wellicht (aanmerkelijk) onvoorzichtig is geweest doordat het mogelijk was dat zijn zoontje van de commode kon afvallen?
De verdediging heeft de mogelijkheid om binnen veertien dagen beroep in cassatie in te stellen bij de Hoge Raad.