Recent heeft het hof in Arnhem een principiële uitspraak gedaan in een jeugdstrafzaak. Volgens het hof is omzetting – gelet op de ingrijpendheid van de beslissing – slechts mogelijk in uitzonderlijke gevallen. Aan een cliënt van Ronald Knegt was eerder de PIJ-maatregel opgelegd, een plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. Dit wordt ook wel een jeugd-tbs genoemd. De PIJ is in duur beperkt tot maximaal 7 zeven jaren. Deze termijn eindigt eind november. Het OM vorderde omzetting in een TBS met verpleging, een maatregel die in dit geval geen maximum duur kent.
Klik hier voor de volledige uitspraak.
De verdediging bepleitte afwijzing van de vordering. Onze cliënt is inmiddels meerderjarig.
Het hof volgt de verdediging met een uitgebreide motivering. Het hof overweegt dat op zichzelf aan de wettelijke vereisten voor omzetting in TBS is voldaan. De PIJ was opgelegd voor seksuele delicten waarbij de cliënt niet zelf fysiek contact met slachtoffers had gehad, zogeheten ‘hands-off’-delicten. “Dat de omzetting van een PIJ-maatregel naar een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege een zeer ingrijpende beslissing is, weegt daarbij zwaar.”
Het hof stelt vast dat gedurende de PIJ-maatregel geen sprake is geweest van strafrechtelijke veroordelingen of vervolgingen. Wel zouden er incidenten zijn geweest, maar daarover bestaat veel onzekerheid over de toedracht en de rol van cliënt.
“Gelet op de verstrekkende en ingrijpende gevolgen voor de jeugdige van een beslissing om de omzetting van de PIJ-maatregel in een terbeschikkingstelling te gelasten, acht het hof het niet verantwoord om een dergelijke omzetting te baseren op incidenten waarvan onvoldoende vast is komen te staan wat er precies is gebeurd en onder welke omstandigheden. (…) De wetgever heeft de omzetting van de PIJ-maatregel in een terbeschikkingstelling slechts voor ogen gehad in uitzonderlijke gevallen waarbij sprake is van een zeer recidivegevaarlijke adolescent. Daarbij gaat het volgens de wetgever om een adolescent met zeer ernstige psychische problematiek, wat in de regel gepaard gaat met ernstige agressieregulatiestoornissen. Van dat laatste is volgens de onderzoekers geen sprake. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen kan het hof, ondanks de zorgen die er zijn, niet vaststellen dat de jeugdige een dergelijke zeer recidivegevaarlijke adolescent is. Dit betekent dat de hoge drempel die voor een omzetting van een PIJ-maatregel naar een terbeschikkingstelling geldt, naar het oordeel van het hof niet wordt gehaald.”