De oud-verpleegkundige van het Wilhelminaziekenhuis in Assen heeft in vier tuchtzaken beroep ingesteld. Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Zwolle deed onlangs uitspraak. De door de raadsleiden Tjalling van der Goot en Ronald Knegt ingediende klachten zagen op de schending van het medisch beroepsgeheim door een zestal zorgverleners. Het Regionaal Tuchtcollege verklaarde de klachten tegen twee psychiaters en twee psychologen geheel of gedeeltelijk gegrond en legde aan alle vier een waarschuwing op. De klacht tegen een verpleegkunde-specialist werd ongegrond verklaard.
Cliënt is tevreden dat het College een deel van de fouten erkent die binnen GGZ Drenthe zijn gemaakt. Tegelijkertijd blijft op een aantal belangrijke punten de behoefte bestaan aan een nieuwe beoordeling in beroep door het Centraal Tuchtcollege. Cliënt mist in het bijzonder dat de betrokken beroepsbeoefenaars verantwoordelijkheid hebben genomen voor hun handelen. Hij mist erkenning of excuus voor de gevolgen die de handelwijze van GGZ Drenthe voor hem heeft gehad.
Het hoger beroep richt zich daarnaast op verschillende onderdelen van de inhoudelijke beoordeling. Cliënt verzoekt het Centraal Tuchtcollege opnieuw te kijken naar de wijze waarop de betrokken beroepsbeoefenaars met de vertrouwelijke informatie zijn omgegaan en de omstandigheden waaronder het beroepsgeheim is doorbroken Juist als het gaat om het doorbreken van een medisch beroepsgeheim – een fundamentele voorwaarde voor het vertrouwen tussen patiënt en zorgverlener – vindt cliënt dat dit door het College onvoldoende is meegewogen.
Het Regionaal Tuchtcollege heeft vastgesteld dat het beroepsgeheim niet zonder meer mocht worden doorbroken en dat van de betrokken zorgverleners een zelfstandige en zorgvuldige belangenafweging mocht worden verwacht.
Ten aanzien van een aantal zorgverleners zijn tekortkomingen vastgesteld, los van de vraag of zijn het beroepsgeheim hebben geschonden.
Tegen die achtergrond vindt cliënt het belangrijk dat ook de zwaarte van de opgelegde maatregel in hoger beroep opnieuw wordt beoordeeld.
Dat het tot een strafrechtelijk onderzoek kwam, maakt de kwestie voor cliënt extra ingrijpend. De verdenking dat hij als verpleegkundige betrokken zou zijn geweest bij een twintigtal moorden is uiteindelijk geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. De informatie die aan de verdenking ten grondslag lag, was enkel afkomstig van de interpretatie van zorgverleners. Cliënt heeft steeds ontkend dat hij de aan hem toegeschreven belastende uitspraken heeft gedaan.
De tuchtprocedure is voor cliënt daarom niet alleen van belang vanwege de beoordeling van het professionele handelen van de betrokken zorgverleners, maar ook vanwege de vraag hoe in de toekomst zorgvuldig moet worden omgegaan met het beroepsgeheim.
Ook de betrokken beroepsbeoefenaars en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) kunnen beroep instellen.
Het Centraal Tuchtcollege zal moeten beoordelen of de uitspraken en de opgelegde maatregelen in stand blijven.
De volledige uitspraken van het Regionaal Tuchtcollege zijn hier te raadplegen.