Op 2 februari jl. diende ten overstaan van de rechtbank te Alkmaar een strafzaak tegen drie verdachten die naar de mening van de officier van justitie een strafbare poging hadden gedaan om de DSB op te lichten voor een bedrag van € 250.000. Dit zou gebeurd zijn in maart 2008.
Dit zou men gedaan hebben door aan de DSB klant- en relatiegegevens van een ander bedrijf aan te bieden dat die gegevens op onrechtmatige wijze zou hebben verkregen van DSB-medewerkers. Het zouden dus in feite DSB-gegevens betreffen.
Binnen de DSB was er al langer een vermoeden van het lekken van gegevens maar men kreeg er echter geen vinger achter.
Vandaar dat men een ontmoeting met de aanbieders van de gegevens aanging om te zien wat men voor elkaar kon betekenen.
De DSB had al wel direct een recherchebureau ingeschakeld om de ontmoeting vast te leggen.
Ter gelegenheid van die ontmoeting werd gesproken over een mogelijk te betalen bedrag en werd de vertegenwoordiger van de DSB inzage verschaft in een selectie van gegevens waarover men de beschikking had.
Die bijeenkomst kreeg echter geen gevolg nu de verdachten die de gegevens hadden aangeboden er niet mee wensten door te gaan.
In de richting van de DSB gebeurde dan ook niets meer, wel werd er van de kant de DSB aangifte gedaan.
De officier van justitie startte een strafrechtelijk onderzoek waarbinnen verschillende mensen als verdachte werden beschouwd en doorzoekingen plaatsvonden.
De bestuurders van het bedrijf dat gegevens op onrechtmatige wijze zou hebben verkregen gingen vrijuit nu niet was aan te tonen dat het ging om DSB klanten.
De officier van justitie besloot wel de twee verdachten die actief waren geweest in het aanbieden van de gegevens te vervolgen alsook een derde verdachte die verantwoordelijk werd gehouden de gegevens feitelijk geleverd te hebben. Deze laatste verdachte werd bijgestaan door mr Evert Kuiters.
De officier van justitie verwijt cliënt dat hij in een nauwe samenwerking met de andere verdachten ook de bedoeling had om de DSB op te lichten, ook al was het bij een poging gebleven. In het geval dat niet zou zijn te bewijzen was de officier van justitie van mening dat cliënt opzettelijk medeplichtig was geweest aan het delict van de andere twee verdachten door aan hen bepaalde gegevens te verstrekken.
De officier van justitie kwam ter terechtzitting tot het oordeel dat alle verdachten op gelijke wijze verantwoordelijk waren voor de ten laste gelegde poging tot oplichting.
Tegen alle verdachten eiste hij een geldboete van € 2500 waarvan € 2000 voorwaardelijk opgelegd zouden moeten worden. Bij het formuleren van zijn eis hield hij uitdrukkelijk rekening met het feit dat het onderzoek al bijna vier jaar heeft geduurd.
De verdediging was van mening dat cliënt zou moeten worden vrijgesproken omdat op geen enkele wijze is komen vast te staan dat de gegevens door cliënt waren verstrekt en ook niet dat deze in de richting van de DSB zijn gebruikt.
Nader technisch onderzoek naar die gegevens had meer vragen opgeroepen dan antwoorden gegeven.
Voorts werd aangegeven dat de rol van cliënt een geheel andere was dan die van de andere twee verdachten. Cliënt was niet betrokken in het besluit om de DSB op te lichten en had in de uitvoering geen enkele rol.
Er werd vrijspraak bepleit en in het geval de rechtbank daar anders over mocht denken werd een beroep gedaan op vrijwillige terugtred zodat er geen sprake is geweest van een strafbare poging tot oplichting.
Dit vanwege het feit dat alle verdachten voordat sprake was van een voltooide oplichting hadden besloten er niet mee door te willen gaan. In dat geval werd een ontslag van alle rechtsvervolging bepleit. Aan een strafoplegging zal de rechtbank in de visie van de verdediging dan ook niet kunnen toekomen.
De rechtbank Alkmaar doet op16 februari te 13:30 uur uitspraak.