Het openbaar ministerie heeft op vrijdag 13 mei 2011 in hoger beroepwegens moord twaalf jaar cel geëist tegen een 21-jarige inwoner van Leeuwarden. Cliënt wordt er van verdacht op 2 augustus 2008 zijn stadgenoot Niels Kooistra met een priem te hebben gestoken. Het slachtoffer is op 15 augustus 2008 overleden. Cliënt heeft altijd aangegeven dat het niet de bedoeling was om het latere slachtoffer om het leven te brengen. De rechtbank in Leeuwarden veroordeelde cliënt wegens moord tot een gevangenisstraf van twaalf jaren.
Volgens het OM heeft cliënt Kooistra met voorbedachten rade om het leven gebracht. Er is volgens het OM sprake van een vooropgezet plan. Dit zou blijken uit het feit dat cliënt na een eerder incident die nacht tegen vrienden zou hebben gezegd 'als ik hem zie, maak ik hem af' of woorden van gelijke strekking.
De raadslieden mrs. Tjalling van der Goot en Wim Anker betoogden dat het bewijs van voorbedachte rade niet te leveren valt. Diverse getuigen bevestigen dat de bedreigende woorden van cliënt niet serieus genomen mochten worden. Bovendien blijkt dat nadien tussen cliënt en het slachtoffer over en weer werd geslagen. Op grond van diverse medische rapportages is vast te stellen dat cliënt zwaaiende bewegingen met de priem heeft gemaakt, onderhands en met weinig kracht. Dergelijke bewegingen passen niet bij een vooropgezet plan om Kooistra met een gerichte steek in de hals te doden.
De verdediging bepleitte wegens doodslag een gevangenisstraf van tussen de zes en acht jaren.
Het hof doet uitspraak op vrijdag 27 mei a.s. om 13.30 uur.