Op 11 april jl. heeft de beklagcommissie van de commissie van toezicht binnen de penitentiaire inrichting waar cliënt verblijft de klachten tegen de ordemaatregelen ongegrond verklaard. De verdediging had eerder klachten ingediend tegen maatregelen van de directeur om cliënt in afzondering (isoleer) en onder 24-uurs cameratoezicht te plaatsen. In de zaak waarin op 11 april een zitting bij de beklagcommissie plaatsvond ging het enkel om de periode van 27 januari 2011 tot en met 23 februari 2011.
De belangrijkste pijler waarop de maatregelen zijn gestoeld betreft het veiligheidsaspect. Waaruit het veiligheidsrisico precies bestaat, is cliënt echter niet bekend gemaakt. In de visie van de verdediging zijn de ordemaatregelen onvoldoende gemotiveerd en disproportioneel.
De beklagcommissie heeft onmiddellijk na afloop van de mondelinge behandeling uitspraak gedaan en de twee klaagschriften - slechts summier gemotiveerd - ongegrond verklaard. Volgens de beklagcommissie heeft de directeur in redelijkheid tot deze maatregelen kunnen beslissen.
De verdediging is teleurgesteld. De maatregelen zijn uitermate zwaar. Beperkende maatregelen van een directeur moeten in feite als een ‘detentie binnen een detentie” worden gezien. Indien tegen dergelijke diep in het leven van cliënt ingrijpende beslissingen wordt geklaagd, zou minst genomen mogen worden verwacht dat aan cliënt (uitvoerig) gemotiveerd wordt uitgelegd waarom het bezwaar wordt afgewezen. Ook de wet vereist (art 67 Penitentiaire Beginselenwet) dat de uitspraak met redenen omkleed is.
De verdediging zal tegen deze uitspraak beroep aantekenen bij de beroepscommissie van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ).
De klaagschriften tegen de beslissingen van de directeur tot verlenging van de ordemaatregelen over de periode vanaf 23 februari tot en met 28 maart 2011 worden in mei behandeld door de beklagcommissie.