Op 23 maart 2011 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen in een zaak tegen een 48-jarige vrouw. Onze cliënte is door het gerechtshof in Arnhem veroordeeld wegens moord op haar 14-jarige dochter. Het hof achtte bewezen dat zij in de periode van 19 tot en met 20 juni 2008 in Arnhem met voorbedachte rade haar dochter om het leven had gebracht door haar medicijnen te geven en door een gasfles open te draaien. Aan cliënte is een gevangenisstraf van acht jaren opgelegd.
Mr. Jan Boksem treedt als raadsman op.
Onze cliënte stelt geen herinnereningen te hebben aan hetgeen is voorgevallen op 19 en 20 juni 2008. De verdediging heeft aangevoerd dat de toedracht onduidelijk is gebleven en dat de mogelijkheid open is gebleven dat de dochter zelf de aan cliënte verweten handelingen heeft verricht.
De verdediging heeft in cassatie met name geklaagd tegen de in haar ogen ondeugdelijke motivering van het bewijs. De Hoge Raad heeft deze grieven echter zonder nadere uitleg verworpen. Daarmee is de uitspraak van het gerechtshof definitief.
Bekijk hier het arrest van de Hoge Raad en hier de uitspraak van het hof in Arnhem.