Het gerechtshof in Leeuwarden doet op 19 november a.s. om 13.30 uur uitspraak in een principiële zaak over het zoeken naar kievitseieren. Een 43-jarige inwoner van Hurdegaryp heeft in hoger beroep terecht gestaan wegens het zoeken naar kievitseieren in een ganzenfourageergebied In een dergelijk gebied mag niet worden gezocht voor 16.30 uur en na zonsondergang. Cliënt stelt niet te hebben geweten dat het gebied was aangewezen als ‘verboden’ gebied.
In beginsel is het zoeken naar kievitseieren strafbaar gesteld in de Flora- en Faunawet. In Friesland is door de provincie echter ontheffing verleend aan de leden van de Bond van Friese Vogelwachten (BFVW). Cliënt is lid van deze bond. De provincie Fryslân heeft een aantal voorwaarden aan deze ontheffing verbonden, onder meer het verbod om op de genoemde tijden te zoeken in een ganzenfourageergebied. Voor de locatie van deze gebieden wordt in de voorwaarden verwezen naar de website van de provincie.
De verdediging wil dat het gerechtshof in Leeuwarden antwoord geeft op de vraag of de wijze van publicatie van deze ganzenfourageergebieden door de beugel kan. Raadsman mr. Tjalling van der Goot heeft ter zitting aangevoerd dat het feit dat het weiland was aangewezen als gedooggebied enkel en alleen gepubliceerd is op de website van de provincie Fryslân en niet in landelijke of regionale dagbladen. Bovendien wordt door de provincie niet voorgelicht waaruit een eventuele onderzoeksplicht van een kievitseierenzoeker bestaat. Zo is bijvoorbeeld niet de eis gesteld dat een eierenzoeker een uitdraai van de kaarten bij zich draagt. De gepubliceerde kaart was bovendien vaag en op veel te grote schaal. Indien overtreding van de ontheffingsvoorwaarde een strafbaar feit wordt, regelt de strafwet dat elke burger op een adequate wijze wordt geinformeerd welk gedrag precies strafbaar is. Bekendmaking via een verwijzing naar een website is volgens de verdediging strijdig met het beginsel van rechtszekerheid.