De rechtbank in Groningen heeft een 21-jarige student uit die stad ontslagen van rechtsvervolging wegens opzettelijke brandstichting. Onze cliënt werd verweten in april jl. te Giethoorn een medestudent, die in een Sinterklaaspak was gestoken, in brand te hebben gestoken. Volgens de rechtbank is weliswaar te bewijzen dat hij de kleding van een ander met brandstof heeft besprenkeld waarna hij deze in brand heeft gestoken, doch omdat het slachtoffer voorafgaande toestemming heeft verleend, is het feit niet strafbaar. De rechtbank honoreerde daarmee het verweer van raadsman mr. Jan Boksem, zij het dat mr Boksem had bepleit dat vanwege deze toestemming vrijspraak zou moeten volgen.
De kwestie speelde zich af in het kader van een vorm van ontgroeningsritueel.
De rechtbank veroordeelde cliënt tot een werkstraf van 50 uren wegens een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Het OM had eerder een werkstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden gevorderd.
Opvallend is dat de rechtbank in haar vonnis vermeldt dat het “wrang voor verdachte”is “dat hij als enige terecht moet staan voor hetgeen zich in groepsverband heeft afgespeeld”. In de visie van de verdediging impliceert een dergelijke overweging dat de rechtbank het OM kapittelt wegens schending van het gelijkheidsbeginsel bij het nemen van de vervolgingsbeslissing.
De verdediging zal geen hoger beroep instellen. Het is nog niet bekend of het OM appel zal instellen. De termijn binnen welke hoger beroep moet worden ingesteld, bedraagt veertien dagen na de uitspraak.
Klik hier voor een verslag van de terechtzitting van de rechtbankjournalist van het Dagblad van het Noorden.