Het aantal advocaten dat bijstand verleent op basis van gefinancierde rechtshulp is in 2009 verder gedaald. Verleende in 2006 nog 46% van alle bij de Orde van Advocaten ingeschreven raadslieden bijstand op basis van een zogeheten toevoeging, in 2009 is dit percentage gedaald naar 43%. Daarmee wordt de neerwaartse lijn doorgezet. Een en ander blijkt uit de gisteren verschenen Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand 2009.
Wij bespeuren als kantoor al langer een trend onder advocaten om minder toegevoegde zaken aan te nemen. Het is een zorgelijke trend die in direct verband staat met de forse bezuinigingen in de gefinancierde rechtshulp. Volgens de laatste voorstellen zou op een budget van ca. 440 miljoen euro tussen de 110 en 175 miljoen euro bezuinigd moeten worden. Dat komt neer op bezuinigingen tot 40% (!). De Algemene Raad van de Orde van Advocaten heeft recent de politiek gewaarschuwd voor de ernstige gevolgen.
Naast verhogingen van de door de cliënten te betalen eigen bijdrages, is de laatste jaren gesnoeid in de vergoedingen voor de advocaat. Het is om deze reden dat steeds meer advocaten afzien van sociale rechtshulp. Dat komt ook– zeker in bewerkelijke zaken – door de bureaucratische rompslomp met de raad voor rechtsbijstand. Deze raad verleent de toevoegingen en geeft toestemming om in een zaak meer uren te verrichten dan forfaitair is toegestaan (voor een zaak bij de politierechter 18 uren, voor een zaak bij de meervoudige kamer 24 uren).
Wij als kantoor proberen nog steeds een sociaal gezicht te tonen door ook mensen met een smalle beurs bijstand te verlenen. Wij vinden het noodzakelijk dat gespecialiseerde rechtsbijstand niet afhankelijk wordt gesteld van de dikte van de portemonnee. De realiteit is echter dat ons kantoor niet op de huidige wijze gerund kan worden indien enkel gefinancierde rechtshulp zou worden verleend. In sommige zaken wordt tegen een uurtarief van € 30 gewerkt. Voor een kantoor met ca. 20 medewerkers is dit niet verantwoord. Het is om deze reden dat ook wij noodgedwongen selectiever zijn bij het innemen van nieuwe zaken. Soms moeten wij zaken afwijzen omdat de cliënt op basis van het uurtarief moet betalen en hij deze kosten niet kan dragen. Wij betreuren dit.
Enige jaren geleden hebben wij bovendien een opleidingsmaatschap opgericht. Deze maatschap verzorgt cursussen voor advocaten. Elke advocaat moet cursussen volgen om zijn werk als advocaat te kunnen blijven uitoefenen. De Orde van Advocaten controleert of de benodigde punten zijn gehaald. Zonder de inkomsten uit deze cursussen zou onze advocatenpraktijk niet kunnen worden uitgeoefend op de wijze zoals wij dat nu doen. Hoge kwaliteit impliceert immers hoge kosten.
Indien de trend – zoals in de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand 2009 is beschreven - zich doorzet, zullen steeds minder advocaten sociale advocatuur bedrijven. Het aantal advocaten dat bijstand aan minvermogenden kan verlenen wordt daardoor steeds kleiner. De kans dat een gespecialiseerde advocaat zich in deze steeds kleiner wordende groep bevindt, wordt steeds geringer. Aldus ontstaat een leemte in de rechtshulp. Het mag niet zo ver komen dat enkel de rijkeren in onze samenleving zich de luxe van een gespecialiseerde raadsman kunnen veroorloven.
De bezuinigingen die reeds zijn doorgevoerd zijn wat ons betreft genoeg.
Namens Anker & Anker
Mr. Tjalling van der Goot