Raadsman mr. Tjalling van der Goot is kwaad op het openbaar ministerie in Groningen. Het OM weigert in een zaak waarin zijn cliënt Daniel S. eerder tot levenslang is veroordeeld wegens moord om elke vorm van medewerking te verlenen aan verzoeken om een getuige te horen die wellicht een nieuw licht op de zaak kan werpen. De raadsman laakt de houding van het parket en bepleit een wetswijziging.
Cliënt heeft steeds stellig ontkend iets met de moord te maken te hebben. Het betreft de moord op de heer G. Meesters in Groningen op 28 november 2002. Het bewijs was en is uiterst mager. In de visie van de verdediging zelfs te mager om tot een veroordeling te komen. Het bewijs valt en staat bij verklaringen van de medeverdachte Steven B. Deze is zelf onherroepelijk veroordeeld wegens medeplichtigheid aan de moord tot 8 jaren gevangenisstraf. Hij heeft belastende verklaringen over cliënt afgelegd. Deze getuige heeft echter een belang om cliënt te belasten; bovendien heeft hij in de visie van de verdediging zeer onbetrouwbaar en inconsistent verklaard. Deze inconsistentie en onbetrouwbaarheid vond, volgens de verdediging, steun in een onderzoeksrapport van prof. Van Koppen en dr. Horselenberg.
Raadsman Van der Goot heeft recent de zaaksofficier in Groningen verzocht om een nieuwe getuige te horen. Deze getuige heeft tot dusver nimmer een verklaring afgelegd in deze zaak. De getuige zou recent met Steven B. hebben gesproken. In deze gesprekken zou, zo heeft de raadsman begrepen, door Steven B. zijn gezegd dat hij de schutter was en dat Daniel S. niets met de moord van doen zou hebben gehad. Een voor cliënt uiterst ontlastende verklaring dus. Op basis van deze nieuwe informatie is verhoor door de politie noodzakelijk. De resultaten hiervan kunnen de basis zijn voor een verzoek tot herziening bij de Hoge Raad.
De officier van justitie heeft Van der Goot echter schriftelijk laten weten niet met het verzoek in te stemmen. Primair omdat de feitelijkheden op basis waarvan het verzoek om de getuige te horen “ te weinig controleerbaar” zouden zijn. Bovendien is de verklaring van de nieuwe getuige volgens het OM “in het licht van het strafdossier ook niet aannemelijk te achten”. De raadsman is verbijsterd over deze opstelling van justitie. Immers, juist een politieverhoor dient als doel om te controleren hetgeen is gesteld. En dat de verklaring van de nieuwe getuige volgens de officier niet aannemelijk is te achten, houdt slechts in dat de officier kennelijk van mening is dat de veroordeling terecht is. Maar nieuwe feiten kunnen een nieuw licht op de zaak doen schijnen. Uit de recente geschiedenis blijkt wel dat niet elke – zelfs onherroepelijke – veroordeling ook een terechte is geweest.
Raadsman van der Goot is kwaad op het OM. Hij wil de nieuwe getuige vooralsnog niet zelf horen omdat de raadsman mogelijk niet als onafhankelijk verhoorder wordt gezien. Een en ander zou de betrouwbaarheid van de getuigeverklaring kunnen raken. Er moet in de visie van de verdediging dus behoedzaam met deze getuige worden omgesprongen. De (advocaat van de) veroordeelde moet nu als het ware bij de duivel te biecht om een getuige te horen. Indien de officier van justitie weigert mee te werken, staat de veroordeelde echter met lege handen.
Daar komt bij dat de huidige strafwet geen mogelijkheden biedt om na een onherroepelijke uitspraak nader onderzoek uit te lokken. Dit in tegenstelling tot zaken die nog onder de rechter zijn. In die laatste gevallen kan de verdediging, indien het OM weigert mee te werken aan het horen van getuigen, verzoeken doen aan bijvoorbeeld de rechter-commissaris. In feite is sprake van een leemte in de wet indien nader onderzoek moet worden gedaan in gevallen waarin de uitspraak in de strafzaak definitief is. Van der Goot bepleit een wetswijziging op dit punt.
De raadsman heeft de hoofdofficier van justitie in Groningen verzocht een andersluidende beslissing op het verzoek te geven. Inmiddels heeft ook de hoofdofficier van justitie laten weten het standpunt van de zaaksofficier van justitie niet te ‘overrulen’.
Naar nu blijkt is er een tweede getuige die eveneens met Steven B. heeft gesproken. Ook deze tweede getuige stelt soortgelijke informatie van Steven B. te hebben gehoord als de eerste getuige. Advocaat Van der Goot heeft het OM opnieuw verzocht nader onderzoek hiernaar te doen. Tot dusver is hierop nog geen reactie gekomen.
Het is enorm frustrerend te constateren– juist in zaken waarin de hoogste mogelijke straf is opgelegd, het bewijs flinterdun is en de veroordeelde stellig ontkent - dat het openbaar ministerie weigert ook maar enig onderzoek naar een mogelijke onjuiste veroordeling in te stellen. Het is de visie van de raadsman zelfs de maatschappelijke taak van het OM om te checken of een veroordeling terecht is geweest zodra informatie wordt aangeleverd die haaks staat op een veroordeling. Het feit dat het OM van mening is dat de veroordeling wel terecht is geweest, maakt dit niet anders. De uitkomst van de getuigenverhoren kan voor de verdediging een basis zijn voor een herziening van de strafzaak.
Het parket frustreert in deze zaak onderzoek naar een mogelijk onterechte opgelegde levenslange straf. Van der Goot wacht het standpunt van het OM op het tweede verzoek af, alvorens hij zonodig op eigen initiatief de getuigen zal horen. Daarnaast tracht de raadsman de politiek te bewegen om kamervragen aan de minister van justitie te stellen over de houding van het openbaar ministerie en om de wet op dit punt aan te passen.
Klik hier voor de uitspraak van het gerechtshof Leeuwarden van 22 december 2006 en bekijk hier het artikel in het Dagblad van het Noorden over deze kwestie.
Bekijk hier een item in De Volkskrant.