In de editie van augustus 2010 van het maandblad Opportuun van het openbaar ministerie (OM) heeft mr. Hans Anker gereageerd op de nieuwe wet OM-afdoening. Op basis van deze wet mag het OM zelf straffen opleggen. Volgens Anker gaat het OM op de stoel van de rechter zitten. Bovendien lijkt de wet in strijd met de Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Kantoorgenoot mr. Tjalling van der Goot heeft zich eerder al kritisch uitgelaten over deze wet.
Anker zegt in Opportuun: ”Zorgvuldige afwikkeling van zaken is belangrijker dan een snelle afdoening. De bestrafte moet zijn proceshouding kunnen bepalen. Hij moet daartoe eerst contact kunnen opnemen met een advocaat. Ook kan dan kennis genomen worden van de inhoud van de processtukken (art. 33 Sv). Afdoening binnen enkele uren kan dan ook niet aan de orde komen. Daar komt bij dat er een hoorplicht bestaat in geval van strafbeschikkingen houdende een taakstraf, een rijontzegging, een aanwijzing het gedrag van de bestrafte betreffende en een financiële sanctie van meer dan € 2.000,-. Ik heb grote bezwaren tegen de Wet OM-afdoening omdat het OM thans opspoort, vervolgt, berecht en executeert. De regeling lijkt mij in strijd met art. 113 van de Grondwet en het EVRM. De enkele verzetmogelijkheid doet daar niet aan af. Het OM zit teveel op de stoel van de rechter, met name waar het betreft de sterk vrijheidsbeperkende sancties. Toevoeging van een raadsman is voorts slecht geregeld. Maar snel voorleggen aan Straatsburg.”
Klik hier voor de volledige editie van Opportuun van augustus 2010.