Een opmerkelijk vonnis. Op 9 augustus jl. is een 82 jaar oude vrouw door de rechtbank Maastricht veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden in verband met betrokkenheid bij een hennepkwekerij en witwassen. Het is uitzonderlijk dat verdachten zich op een dergelijk hoge leeftijd nog bij de strafrechter moeten verantwoorden.
Frappant is dat uit het vonnis blijkt dat zich geen uittreksel uit het justitiële documentatieregister in het dossier bevond. Uit een artikel in De Volkskrant blijkt dat het strafblad was vernietigd.
Dit vergt enige toelichting.
Sinds 2003 geldt in ons land de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Het woord ‘strafblad’ komt hierin niet voor. Dat begrip wordt in de volksmond doorgaans gebruikt voor het register waarin (formeel) de minister kan kijken alvorens hij een verklaring omtrent het gedrag afgeeft. Van dat register hebben mensen in de praktijk de meeste last.
In de zaak uit Maastricht gaat het daarentegen over het justitiële documentatieregister. Dat register, althans een uittreksel daarvan, wordt standaard in het strafdossier tegen een verdachte gedaan. In dat register staan alle strafrechtelijke afdoeningen (veroordelingen, transacties, vrijspraken, sepots enz.) van de afgelopen tijd geregistreerd. De rechter kan aan de hand van dit register beoordelen of, en zo ja in welke mate, sprake is geweest van herhaling. De rechter kan zo nodig in de strafmaat met eventuele recidive rekening houden.
Volgens de wet worden justitiële gegevens in een beperkt aantal gevallen verwijderd. Bijvoorbeeld na 30 jaren na de onherroepelijke afdoening van de strafzaak of indien 30 jaren zijn verstreken na het vervallen van het recht tot strafvordering. Op deze termijnen zijn uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld indien na de oude zaak een nieuwe veroordeling is gevolgd waarbij een gevangenisstraf is opgelegd van minimaal drie jaren of indien het een veroordeling betreft voor een strafbaar feit waarop op grond van de wet een strafmaximum van tien jaren of meer is gesteld.
Terug naar de Maastrichtse wietzaak. In art. 5 lid 3 van de Wet op de justitiële en strafvorderlijke gegevens is geregeld dat de justitiële gegevens in elk geval worden verwijderd “indien sedert de geboortedag van de betrokken persoon tachtig jaren zijn verstreken.” Bij de totstandkoming van deze wet heeft de toenmalige minister van justitie Korthals gezegd: “Uitgangspunt is dat gedurende iemands gehele leven inzicht bestond in zijn strafrechtelijk verleden. Aangezien van iemand ouder dan 80 jaar niet meer wordt verwacht dat hij of zij strafbare feiten pleegt, is er voor de strafrechtspleging geen belang meer bij de verwerking van hen betreffende justitiële gegevens. Deze gegevens kunnen dus worden verwijderd.”
Kortom, boven de 80 jaar wordt iemand niet meer geacht zich bij de strafrechter te verantwoorden en om die reden is het niet nodig gegevens uit het verleden bij te houden. Dat er kennelijk toch zwaar op leeftijd zijnde wietkwekers bestaan is in mijn optiek geen reden de wet aan te passen.
Hoog-bejaarde boeven blijven gelukkig ook hoge uitzondering.
Mr. Tjalling van der Goot