Op 27 april jl. diende ten overstaan van het gerechtshof in Leeuwarden het hoger beroep in de zaak tegen een 28-jarige inwoner van Leeuwarden. Cliënt is eerder door de rechtbank in Leeuwarden volledig vrijgesproken van betrokkenheid bij de openlijke geweldplegingen na afloop van de wedstrijd in de nacompetitie tussen sc Cambuur – Roda JC op 3 juni 2009. Volgens de politie zou onze cliënt een van de organisatoren van de rellen zijn. Het openbaar ministerie heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Het openbaar ministerie heeft wederom geëist dat het wettig en overtuigende bewijs te leveren is dat cliënt zich heeft schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Ook volgens het OM is niet vast te stellen dat cliënt zelf enige geweldshandeling heeft verricht. Maar uit het feit dat cliënt deel uitmaakte van de groep, met de telefoon aan het oor is gesignaleerd en ´kennelijk` de boel aan het organiseren was, sprak met personen die een stadionverbod hadden en ´kennelijk`gefocust was op de ME-linie, leidt de advocaat-generaal af dat cliënt een voldoende wezenlijke bijdrage aan het geweld heeft geleverd. Aan cliënt zou volgens het OM een werkstraf van 150 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand moeten worden opgelegd. Als bijzondere voorwaarde bij deze voorwaardelijke straf is gevorderd dat cliënt een stadionverbod gedurende de proeftijd van twee jaren krijgt opgelegd.
De verdediging, mr. Tjalling van der Goot, heeft vrijspraak bepleit. Vermoedens, suggesties en gissingen spelen in het strafrecht geen rol. Feiten dat cliënt enige bijdrage aan het geweld heeft geleverd ontbreken. Het enkele deel uitmaken van een groep is onvoldoende voor het bewijs. Dat cliënt zou hebben en zijn gebeld, zegt niets over de bijdrage in het de geweldplegingen. Dan zal toch minst genomen moeten vast staan met wie hij zou hebben gebeld en welke inhoud die gesprekken hadden.
Het hof doet uitspraak op dinsdag 11 mei a.s. om 13.30 uur.