Sinds kort is het mogelijk dat het openbaar ministerie (OM) niet enkel de functie van openbare aanklager vervult, maar ook zelfstandig straffen kan opleggen. Op 1 februari 2008 (Stb. 2008, 4) is de Wet OM-afdoening gefaseerd in werking getreden. Het is in de westerse wereld uitzonderlijk dat één instantie (in casu het OM) verantwoordelijk is voor zowel de opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten als voor de executie van de hierbij opgelegde straffen. Om die reden hebben wij ons als kantoor vanaf het begin principieel verzet tegen het feit dat de officier van justitie zelf straffen kan opleggen. Het uitdelen van straffen zou in mijn visie voorbehouden moeten blijven aan de onafhankelijke rechter. Nu het inmiddels in de wet verankerd is dat het OM zelf kan straffen, moet de procedure daartoe met de grootst mogelijke zorgvuldigheid gevolgd worden. Helaas leert de praktijk dat in mijn visie het OM niet klaar is om als plaatsvervanger van de onafhankelijke rechter op te treden. Sterker nog, het OM werkt met de strafbeschikkingen rechtsongelijkheid en oneerlijke berechting in de hand. Een voorbeeld.
Op 22 april jl. werd een aantal verdachte door raadslieden van ons kantoor bijgestaan in het kader van een zogeheten OM-zitting in Leeuwarden. De verdachte wordt dan door een officier van justitie gehoord alvorens een straf wordt opgelegd. In alle gevallen ging het om gevallen van rijden onder invloed, waarbij de verdachte in de afgelopen vijf jaren eerder in de fout was gegaan. Voor het bestraffen van het rijden onder invloed hanteren de onafhankelijke rechters sinds jaar en dag oriëntatiepunten van het LOVS (Landelijk Overleg Voorzitters Strafsectoren van rechtbanken en gerechtshoven). Op basis hiervan kan de verdediging op voorhand een inschatting maken van de te verwachten straf. Bijzondere omstandigheden kunnen overigens altijd reden zijn om zowel ten voor- als ten nadele van de verdachte van deze uitgangspunten af te wijken. De rechter hanteert deze oriëntatiepunten als leidraad, niet als bindend voorschrift. Een rechter moet immers vrij blijven in de weging van de feiten en omstandigheden. Het openbaar ministerie heeft daarentegen eigen richtlijnen, die in veel gevallen veel zwaarder uitvallen dan de oriëntatiepunten van de rechtbanken. Tijdens de recente OM-zitting in Leeuwarden gaf de officier van justitie aan dat het OM zijn strafbeschikkingen uitvaardigt welke gebaseerd zijn op de ´eigen` richtlijnen en niet op basis van de oriëntatiepunten van het LOVS. Opmerkelijk, omdat vertegenwoordigers van het openbaar ministerie – in ieder geval in Leeuwarden – bij hun strafeis ter zitting bij de rechtbank steevast aansluiting zoeken bij de LOVS-oriëntatiepunten en niet bij de ´eigen` richtlijnen.
Concreet ging het in een van de zaken om het volgende. De verdachte had 390 mg/l geblazen. In 2006 had hij een schikkingsvoorstel van het OM voor hetzelfde vergrijp betaald. Er was dus sprake van herhaling. Volgens de oriëntatiepunten van het LOVS zou de verdachte, indien hij zou zijn gedagvaard om te verschijnen voor de rechter, ter terechtzitting in beginsel enkel een geldboete van € 540 opgelegd krijgen; volgens de OM-.richtlijnen is een geldboete van € 540 én een onvoorwaardelijke rijontzegging van vier maanden aan de orde. Een enorm groot en voor de verdachte nadelig verschil.
Het is dus in het algemeen voor een verdachte veel lucratiever om de zaak aan een onafhankelijke rechter voor te leggen dan met een strafbeschikking van het OM aakkoord te gaan. Het vonnis van de rechter is veel minder zwaar dan de beschikking van het OM. De verdachte in kwestie moet dan echter van de nadelen van deze strafbeschikking wel kennis dragen.
Indien een verdachte zich laat bijstaan door een advocaat, zal hem door deze jurist ongetwijfeld geadviseerd worden zich niet bij een strafbeschikking neer te leggen. De verdachte heeft namelijk de mogelijkheid om tegen een strafbeschikking verzet aan te tekenen, waardoor de zaak alsnog aan een (onafhankelijke) rechter wordt voorgelegd. Veel verdachten zullen tijdens een OM-zitting niet door een rechtgeleerd raadsman worden verdedigd. Het ligt dan op de weg van het OM zelf om de verdachte over de grote verschillen tussen de OM-richtlijnen en de LOVS-oriëntatiepunten te informeren. In de schriftelijke uitnodiging voor de OM-zitting wordt hiervan echter geen melding gemaakt, in de strafbeschikking zelf wordt hierover ook niets vermeld; en ik neem voetstoots aan dat er diverse officieren van justitie zijn die de verdachte ook mondeling tijdens de OM-zitting niet zullen informeren. Een verdachte die het feit bekent zal al snel akkoord gaan met een straf van het OM. Maar hij weet niet dat dit een (veel) te hoge straf is. Overigens is de officier van justitie tijdens de Leeuwarder OM-zitting in de zaken tegen onze cliënten uiteindelijk overstag gegaan en heeft hij de strafbeschikkingen uitgevaardigd op basis van de LOVS-uitgangspunten.
De verdachte wordt misleid, althans hij wordt onvoldoende geïnformeerd. Het OM speelt in op de onwetendheid van verdachten die anders waarschijnlijk niet met de strafbeschikking akkoord zouden zijn gegaan.
Wat moet er nu gebeuren? Naar mijn mening moet het OM afstappen van zijn eigen richtlijnen en de strafbeschikkingen uitvaardigen op basis van dezelfde uitgangspunten als de rechtbanken en hoven doen. Als het OM straffen wil uitdelen, zal het zich ook onafhankelijk en onpartijdig moeten opstellen. Aansluiting zoeken bij de straffen die de rechters opleggen, ligt dan het meest voor de hand. Indien het OM desondanks zijn eigen richtlijnen als uitgangspunt zal blijven hanteren, ligt het op de weg van het OM om elke verdachte altijd tijdig en adequaat te informeren en zonodig te laten weten dat het zin heeft om tegen een strafbeschikking verzet aan te tekenen bij de onafhankelijke rechter. Alleen op deze wijze kan een maatschappelijk draagvlak worden gecreëerd voor de wettelijke bevoegdheid dat de ´crimefighter` zich ineens als magistraat moet gedragen.
Mr. Tjalling van der Goot
Advocaat Anker & Anker Strafrechtadvocaten