Op 18 februari jl. deed advocaat Hans Anker een verzoek tot wraking in een strafzaak. Volgens de raadsman waren er feiten en omstandigheden waaruit bleek dat de vereiste onpartijdigheid in het geding zou kunnen zijn.
Er werd uiteindelijk een zogenaamde wrakingskamer geïnstalleerd. Dit gebeurde nog diezelfde dag. Die kamer bestond uit drie andere rechters van de Rechtbank Amsterdam.
Twee van de vier klachten van de raadsman werden gegrond verklaard. De voorzitter van de rechtbank had de officier van justitie niet uitdrukkelijk mogen attenderen op een fout in de tenlastelegging. Voorts had de rechtbank in een tussenvonnis middels negatieve kwalificaties de geloofwaardigheid van de verdachte al in twijfel getrokken.
Een nieuw te formeren strafkamer zal de zaak in een later stadium nu gaan behandelen.
De regeling van de wrakingsprocedure in Nederland is zodanig dat andere rechters van dezelfde rechtbank het verzoek moeten beoordelen. Dit kan soms tot ongemakkelijke situaties aanleiding geven. Het zou beter zijn de beoordeling van een dergelijk verzoek op te dragen aan rechters van een aangrenzend arrondissement.