Zowel de verdediging als het openbaar ministerie hebben in hoger beroep verzocht om aanvullend medisch onderzoek in de zaak ´Niels Kooistra`. In die zaak staat een 19-jarige inwoner van Leeuwarden terecht voor betrokkenheid bij de dood van stadgenoot Niels Kooistra. Onze cliënt is door de rechtbank in Leeuwarden veroordeeld wegens moord tot een gevangenisstraf van twaalf jaren. Tegen dit vonnis is door cliënt hoger beroep ingesteld.
Raadsman Tjalling van der Goot voerde ter zitting van het gerechthof in Leeuwarden aan dat de deskundigen op essentiële onderdelen tot dusver oneens zijn. Om die reden is verzocht een onafhankelijke forensisch-neuroradioloog in te schakelen die de bestaande radiologische data kan beoordelen. Dit is van belang om helderheid te krijgen over de aard van de steekwond in de hals, de hoek waaronder deze is toegebracht, de diepte van het steekkanaal. Bovendien is het nodig dat van het verblijf van bijna twee weken van het latere slachtoffer in het Medisch centrum Leeuwarden (MCL) geen verslaglegging in het dossier aanwezig is. Door een arts is echter op de dag van het incident reeds gesondeerd (methode om de lengte en diepte van een wond te bepalen). Dergelijk medisch ingrijpen bij een in genezing zijnde wond is volgens deskundigen niet zonder risico. Het is van het grootste belang dat duidelijk is wie en wanneer heeft gesondeerd en of deze persoon bevoegd en ervaren is.
Ook het OM wenst nader onderzoek, met name om de schouwarts in het MCL te kunnen horen. Op de werkwijze van de schouwarts is door een door de verdediging ingeschakelde deskundige en nadien ook door een forensisch arts van het NFI stevige kritiek geuit.
Het hof zal op 16 februari a.s. om 13.30 op de verzoeken beslissen. Het is nog niet duidelijk wanneer de zaak inhoudelijk kan worden behandeld.
Onze cliënt, een 19-jarige inwoner van Leeuwarden, wordt er van verdacht op 2 augustus 2008 zijn stadgenoot Niels Kooistra met een priem te hebben gestoken. Het slachtoffer is op 15 augustus 2008 overleden. Cliënt heeft altijd aangegeven dat het niet de bedoeling was om het latere slachtoffer om het leven te brengen.