Op 8 december a.s. vindt in hoger beroep de behandeling plaats van de zaak tegen een minderjarige cliënt. Cliënt wordt verweten betrokken te zijn geweest in een zedenkwestie in Augustinusga. Onze cliënt wordt verweten dat hij samen met anderen een voorwerp in het lichaam van een andere jongen heeft gebracht. De officier van justitie heeft er voor gekozen dit feit ten laste te leggen als verkrachting. Onze cliënt ontkent.
In de zaak is eerder door de rechtbank het OM niet-ontvankelijk verklaard omdat onder meer geluidsbanden van het verhoor van onze cliënt zoek waren geraakt. De uitspraak heeft destijds nogal wat commotie veroorzaakt. In hoger beroep echter is door het gerechtshof deze beslissing van de rechtbank teruggedraaid; de geluidsband was in hoger beroep wel beschikbaar. De rechtbank heeft onze cliënt in oktober 2008 veroordeeld tot een werkstraf van 50 uur. Volgens de rechtbank is bewezen dat cliënt, samen met anderen, een bevroren fridakel in de anus van het slachtoffer heeft gestoken. Dit feit was een uitvloeisel van een van tevoren gemaakte weddenschap, waarbij het latere slachtoffer zich bereid verklaarde voor € 5,00 een frikadel in zijn anus te stoppen. Volgens de rechtbank heeft het slachtoffer, na aanvankelijk met deze actie te hebben ingestemd, op enig moment aangegeven dat hij niet meer wilde. Desondanks heeft onze cliënt, volgens de rechters, samengewerkt om het slachtoffer vast te houden en tegen zijn wil een frikadel in zijn lichaam te duwen.
Tegen dit vonnis is door de verdediging hoger beroep ingesteld.
Cliënt wordt bijgestaan door mr. Tjalling van der Goot.
De behandeling van de zaak vindt plaats achter gesloten deuren.