Het openbaar ministerie heeft in hoger beroep ten overstaan van het gerechtshof in Leeuwarden op 22 januari jl. geëist aan een 51-jarige vrouw een werkstraf van 120 uren op te leggen. Dit is dezelfde straf als in eerste aanleg aan cliënte was opgelegd.
Cliënte wordt verweten tijdens een behandeling van een faillissementsaanvraag op 8 juni 2006 in de rechtbank te Zutphen tijdens een korte schorsing van de behandeling heimelijk audio-opnames te hebben gemaakt van het (privé)gesprek tussen de rechter en de griffier.
Cliënt heeft van meet af ontkend het feit te hebben gepleegd. Ter zitting is een getuige gehoord, die bevestigde dat hij enkele dagen na de faillissementszitting een CD-ROM van een derde had ontvangen waarop de geluidsopnames waren weergegeven. Hij heeft deze opnames woordelijk laten uitwerken en vervolgens op internet laten plaatsen. Volgens deze getuige was cliënte bij deze opnames noch bij het verspreiden van de woordelijke uitwerking ervan betrokken. De verdediging heeft vrijspraak bepleit.
In het privé-gesprek tussen de rechter en de griffier wordt een van de hoofdrolspelers in het faillissement een “gedrocht” genoemd. De civiele advocaat van het bedrijf van cliënte is door de griffier als een “mispunt” en een “klote jongen” betiteld. In het gesprek is voorts de suggestie opgeworpen het verzoekschrift te “antidateren”.
Een woordelijk verslag van dit gesprek is geplaatst op de site www.ditmoetstoppen.nl.
Cliënte wordt bijgestaan door mr. Tjalling van der Goot.
Uitspraak op 5 februari 2009 om 13.30 uur.