Op 21 januari jl. diende ten overstaan van de rechtbank te Rotterdam de zaak tegen een 47-jarige man uit Sneek. Onze cliënt werkte op 20 augustus 2006 als beveiliger ten tijde van de Bavaria City Race in Rotterdam. Onze cliënt heeft in het VIP-dorp handelend moeten optreden tegen een 26-jarige inwoner van Rotterdam. Daarbij heeft cliënt het latere slachtoffer in een greep moeten vasthouden. Twee dagen later is het slachtoffer overleden.
Het OM eiste ter zitting dat onze cliënt zou kunnen worden veroordeeld wegens mishandeling de dood ten gevolge hebbend. Aan cliënt zou volgens de offciier van justitie moeten worden opgelegd een gevangenisstraf van negen maanden. Cliënt heeft in 2006 ongeveer twee weken voorarrest ondergaan.
De verdediging is gevoerd door mr. Tjalling van der Goot. Hij bepleitte onder meer de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. In 2006 is namelijk lichaamsmateriaal van het slachtoffer onder verantwoordelijkheid van het OM vernietigd, waardoor de verdediging de mogelijkheid is ontnomen aan te tonen dat voorafgaand middelengebruik bij het slachtoffer een rechtstreeks verband had met het later intreden van de dood. Daarnaast is aangevoerd dat er geen causaal verband tussen het handelen van cliënt en de dood kan worden bewezen; ter zitting is onder meer een tweetal medici gehoord, waaruit volgens de raadsman naar voren kwam dat er een aantal mogelijke oorzaken voor het intreden van een acute hartstilstand was. Bij enkele daarvan (buikligging, cocaïnedelier, opwindingsdelier) is geen relatie tussen cliënt en de dood aan te tonen. De raadsman beriep zich voorts op noodweer.
In zijn pleidooi is de advocaat ingegaan op het feit dat een deskundige uit de beveiligingsbranche eerder die dag had aangegeven dat er geen wet- of regelgeving is met betrekking tot het toepassen van geweld door beveiligingspersoneel. Een beveiliger handelt naar bevind van zaken. Volgens de deskundige zijn situaties als de onderhavige, waarin het latere slachtoffer uiterst agressief was, zeer zeldzaam en kan een beveiliger niet getraind worden hierop te reageren. De raadsman had een ´boodschap` aan de wetgever om haast te maken met regelgeving op dit punt. Een beveiliger heeft immers de taak tijdens een evenement de orde te bewaken. Teneinde dat doel te bereiken is het noodzaak dat er instructies worden geformuleerd waaraan eventuele geweldstoepassing door een beveiliger kan worden getoetst.
De rechtbank doet uitspraak op woensdag 4 februari a.s. om 13.30 uur.