Johnny B., de 21-jarige verdachte in de zaak van de (pogingen tot) brandstichtingen in en nabij ´t Zandt gaat niet in hoger beroep.
Onze cliënt is door de rechtbank in Groningen bij vonnis van 1 december jl. grotendeels vrijgesproken. Hij is daarentegen wel veroordeeld voor één voltooide brandstichting en een tweetal pogingen daartoe. Ook heeft de rechtbank bewezen verklaard dat onze cliënt tijdens de voorlopige hechtenis dreigbrieven heeft verstuurd. De rechtbank heeft aan onze cliënt een gevangenisstraf van vierentwintig maanden opgelegd, waarvan negen maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest. Tegen cliënt was vijf jaren gevangenisstraf geëist.
Ondanks het feit dat cliënt elke betrokkenheid bij de brandstichtingsfeiten en bedreigingen ontkent, is voor cliënt en zijn naasten van doorslaggevend belang dat de rust terugkeert. Indien hoger beroep zou worden ingesteld, zou de daarmee gepaard gaande onzekerheid over de afloop ervan slechts onrust in de hand werken.
Cliënt heeft in overleg met zijn raadslieden de intentie uitgesproken zich niet meer in ´t Zandt te vestigen. Cliënt wil een nieuwe start maken. Hij heeft inmiddels naar volle tevredenheid een nieuwe baan. Ook is hij op zoek naar nieuwe woonruimte buiten ´t Zandt.
Cliënt moet als resterend strafdeel nog ca. vijf en een halve maand gevangenisstraf ondergaan. De verdediging zal pogen om dit strafrestant op een alternatieve wijze (bijvoorbeeld onder elektronisch toezicht) ten uitvoer te doen leggen.
Inmiddels heeft cliënt kennis genomen van het feit dat ook het openbaar ministerie geen hoger beroep instelt. Cliënt is zeer content met het feit dat daarmee onder de “strafzaak ´t Zandt” een streep kan worden gezet.