Op 10 december jl. heeft het OM te Zwolle bekendgemaakt dat de directeur van de P.I. te Zwolle zal worden vervolgd in verband met het overlijden van een gedetineerde in de isoleercel op 2 mei 2008. Het OM vervolgt voor de strafbare feiten, genoemd in art. 255 en 307 Sr. In art. 255 wordt strafbaar gesteld het opzettelijk iemand in een hulpeloze toestand brengen of laten, terwijl men tot diens verpleging of verzorging verplicht is. In art. 307 gaat het om een dood door schuld.
Cliënt en zijn raadslieden mr. Wim Anker en mr. Evert van der Meer zijn verbaasd over de beslissing van het OM in deze zaak.
Cliënt en de verdediging stellen zich op het standpunt dat er in het geheel geen sprake is van het opzettelijk in een hulpeloze toestand brengen of laten van een gedetineerde. Dat is zeker juridisch twee bruggen te ver. Ook zijn zij van mening dat er geen sprake is van min of meer grove schuld, zoals vereist in art. 307 Sr. Daarnaast heeft cliënt absoluut het ernstige gevolg (de dood van de gedetineerde) niet kunnen voorzien, gelet op de ziekteverschijnselen.
Cliënt en de verdediging kiezen ervoor om inhoudelijk verder niet op deze zaak in te gaan in de media.
Het OM had, naar de mening van de verdediging, in deze zaak niet tot een vervolgingsbeslissing moeten komen, gelet op de feiten en de stand van de jurisprudentie. Het strafrecht is immers ultimum remedium. Bovendien zijn de consequenties voor cliënt en zijn naasten enorm groot. Hij is inmiddels al enige maanden niet aan het werk, aangezien hij geschorst is hangende het onderzoek. Cliënt staat bekend als een zeer ervaren en integere directeur, die binnen het Gevangeniswezen een prima reputatie heeft.
De zitting voor de rechtbank te Zwolle-Lelystad zal plaatsvinden op 26 februari 2009.