Er komt geen nieuw onderzoek naar de zogeheten babymoord in Appelscha. Rechtssocioloog, de heer prof. dr. P.J. van Koppen, had de zaak waarin onze cliënte Angelique van Eijden in 2001 door het gerechtshof in Leeuwarden is veroordeeld wegens doodslag tot een gevangenisstraf van 8 jaren, aangemeld bij de Toegangscommissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS). De CEAS heeft echter het College van Procureurs-Generaal van het openbaar ministerie geadviseerd om geen nader onderzoek te gelasten. Het College heeft in een brief van 15 oktober jl. laten weten dit advies over te nemen.
Volgens de CEAS is de beoordelingsruimte voor eventuele gerechtelijke dwalingen beperkt. Op grond van de regelgeving heeft zij enkel tot doel na te gaan of zich in een specifieke strafzaak in de opsporing, vervolging en/of de presentatie van het bewijs ter terechtzitting ernstige manco's hebben voorgedaan die een evenwichtige beoordeling van de feiten door de rechter in de weg hebben gestaan. Om staatsrechtelijke redenen blijft de rol van de zittende magistratuur (de rechter) in dit onderzoek buiten beschouwing.
Hoewel de CEAS concludeert dat het openbaar ministerie selectief is geweest in het presenteren van het bewijsmateriaal aan de rechter, waren relevante ontlastende verklaringen en onderzoeksresultaten wel in het dossier aanwezig. De rechter had dus van deze feiten kennis kunnen nemen. Volgens de CEAS is er geen sprake van ernstige manco´s in het opsporingsonderzoek die een evenwichtige beoordeling door de rechter in de weg hebben gestaan. Volgens de CEAS lijkt het er, gezien de in eerste aanleg uitgesproken vrijspraak en de veroordeling in hoger beroep, meer op dat de rechter in hoger beroep het feitenmateriaal anders heeft gewaardeerd.
Cliënte werd bijgestaan door haar raadslieden mr. Hans Anker en Tjalling van der Goot.
Het advies van de CEAS is teleurstellend. De CEAS heeft een zeer beperkte toetsingsruimte. De beslissing van de rechter is niet te toetsen, en het optreden van de politie en het OM is niet relevant indien de feiten en omstandigheden wel in het dossier beschikbaar waren en de rechter hiervan kennis had kunnen dragen.
De enige mogelijkheid om de veroordeling nog aan te vechten is het indienen van een herzieningsverzoek bij de Hoge Raad. Er moet dan echter sprake zijn van nieuwe omstandigheden die de rechter niet kende ten tijde van de beslissing. De conclusie is dat aan een eventuele onterechte veroordeling, zonder dat sprake is van nieuwe omstandigheden, op basis van de huidige wet- en regelgeving dus niet getornd kan worden.