Onlangs is commotie ontstaan naar aanleiding van een recente beslissing van de kantonrechter in Amsterdam over de trajectcontrole. Een bestuurder uit Franeker werd verweten op 7 januari 2008 op de Rijksweg A10 nabij Amsterdam te hebben gereden met een snelheid van 89 km/h. Dat was 9 km/h sneller dan ter plaatse was toegestaan. Deze snelheid was gemeten door middel van een zogeheten trajectsnelheidsmeter. Dit wordt ook wel de trajectcontrole genoemd.
De bestuurder heeft deze sanctie aangevochten bij de kantonrechter. Hij voerde aan dat zijn auto is uitgerust met een gps-systeem (voertuig volgsysteem). Via dit gps-systeem kan worden waargenomen waar en met welke snelheid het voertuig rijdt. Dit wordt nauwkeurig gemeten. Uit het geheugen van dit gps-systeem bleek dat de bestuurder op de A10 gedurende 5 à 6 kilometer had gereden met een snelheid van ca. 80 km/h. De door middel van gps geconstateerde snelheid lag dus aanzienlijk lager dan de snelheid die in de trajectcontrole was gemeten.
De kantonrechter oordeelde dat de officier van justitie niet aannemelijk had kunnen maken dat het gps-systeem van de bestuurder niet secuur en niet betrouwbaar was. Nader onderzoek naar de betrouwbaarheid zou nodig zijn, maar de hoogte van de sanctie (€ 20) rechtvaardigde volgens de rechter een dergelijk aanvullend technisch onderzoek niet. De bestuurder kreeg dus het voordeel van de twijfel. De bestuurder behoefde het sanctiebedrag niet te betalen.
De uitspraak kan grote gevolgen hebben. De rechter heeft met zijn oordeel immers aangegeven dat de meting door middel van de trajectcontrole niet boven ieder twijfel verheven is. Metingen met een gps-systeem kunnen dus de trajectmetingen doorkruisen.
Hoewel de rechter niet zegt dat de trajectcontrole per definitie niet deugt, is er een begin van twijfel ontstaan. Ik bepleit dat nader onderzoek naar de betrouwbaarheid van de trajectsnelheidsmeting wordt gedaan.
Iedere bestuurder die een bekeuring ontvangt omdat hij te snel zou hebben gereden, moet er op kunnen vertrouwen dat de geconstateerde snelheid 100% betrouwbaar is. Betrouwbaarheid en transparantie van gebruikte opsporingsmethoden is essentieel in een rechtsstaat. Om draagvlak in de samenleving te houden voor toekomstige bekeuringen is het bovendien voor politie en het openbaar ministerie zelf van belang om een onderzoek te gelasten; elke twijfel over de betrouwbaarheid van een meetsysteem moet worden weggenomen.
Een mogelijk feilen van de trajectcontrole mag niet afhankelijk worden gesteld van een bestuurder die ´piept` en zijn twijfels over de trajectcontrole kan onderbouwen met gegevens uit zijn gps-systeem. Niet alle bestuurders rijden immers rond met een van een geheugen voorzien gps-systeem. Er rust een maatschappelijke taak op het openbaar ministerie om aan te tonen dat er niets mis is met de trajectcontrole. Zolang onderzoek niet heeft plaatsgevonden, blijft de trajectcontrole een duister randje houden.
Mr. Tjalling van der Goot
Anker&Anker Strafrechtadvocaten