Het gerechtshof in Leeuwarden heeft op 30 september 2008 onze cliënt, een 23-jarige inwoner van Groningen, veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaren wegens doodslag op zijn (ex-)vriendin Tessa Klaver. De straf valt twee jaar lager uit dan in eerste aanleg door de rechtbank in Groningen was opgelegd en door het openbaar ministerie ter zitting in hoger beroep was geëist.
Onze cliënt wordt verdacht op 25 april 2007 in de woning aan de Plutolaan in Groningen zijn 19-jarige (ex)vriendin om het leven te hebben gebracht. Het slachtoffer studeerde rechten in Groningen. Cliënt volgde een studie in dezelfde stad. Daarnaast waren beide actief in hun ouderlijke woonplaats Oosterwolde. Zowel in studentenkringen als in Oosterwolde heeft de zaak destijds tot beroering geleid.
Cliënt wordt bijgestaan door zijn raadsman mr. Tjalling van der Goot.
Het hof heeft geoordeeld dat bij doodslag een gevangenisstraf van acht jaar als uitgangspunt geldt. De rechtbank in eerste aanleg rekende cliënt onder meer aan dat hij had nagelaten medische hulp in te roepen. Volgens de rechtbank bleek uit verklaringen van de patholoog dat het slachtoffer waarschijnlijk nog leefde toen cliënt de handen om de keel losliet. Het hof is er echter van “overtuigd dat verdachte ten tijde van de hierboven omschreven handelingen in de veronderstelling verkeerde en kon verkeren dat het slachtoffer op dat moment reeds was overleden en dat daarom het inschakelen van medische hulp geen zin meer had.
In tegenstelling tot de rechtbank is het gerechtshof voorts niet overtuigd van het feit dat cliënt “egocentrisch en berekend” te werk is gegaan. Het feit dat cliënt nadien op stap is gegaan in de binnenstad van Groningen zou als berekend en egocentrisch kunnen worden gekwalificeerd; “het hof acht echter evenzeer voorstelbaar dat verdachte heeft gehandeld vanuit gevoelens van angst en paniek, zoals door de raadsman is betoogd.”
Cliënt heeft op advies van de politie en van zijn toenmalige advocaat in de periode vlak na het fatale incident geen spijt en medeleven betuigd aan de nabestaanden. Wel heeft hij in alle verhoren bij de politie en bij de rechtbank spijt betuigd. Cliënt heeft tot de procedure in hoger beroep steeds het gevoel gehad dat hij wel berouw had en dit ook toonde, doch dat vrijwel niemand hem op dit punt wilde geloven. Voor cliënt heeft het veel waarde dat het gerechtshof in de uitspraak onder meer in het voordeel van cliënt laat meewegen dat hij berouw heeft getoond; in de visie van de verdediging geeft het hof daarmee impliciet aan te oordelen dat de gevoelens van spijt en het tonen van berouw door het gerechtshof oprecht zijn.
De verdediging is tevreden over de uitspraak. Cliënt heeft steeds aangegeven volledig verantwoordelijk te zijn voor zijn daad en hiervoor straf te accepteren. Naar de mening van de verdediging heeft het gerechtshof goed gemotiveerd hoe het hof tot deze gevangenisstraf is gekomen.
Klik hier om de uitspraak te raadplegen.