Het gerechtshof in Leeuwarden heeft een 36-jarige inwoner van Groningen toch veroordeeld wegens verkrachting van een 13-jarig meisje op 21 december 2006 nabij Oostrum. Aan cliënt is opgelegd een gevangenisstraf van 30 maanden.
De verdediging is gevoerd door mr. Tjalling van der Goot.
Cliënt heeft stellig en consequent elke betrokkenheid bij het feit ontkend. Door de verdediging is omstandig bepleit dat er geen direct bewijs voorhanden is, er zijn geen sporen die cliënt aan het misdrijf koppelen, noch zijn er getuigen die cliënt belasten. Sterker nog, een aantal getuigen heeft verklaard dat cliënt op zijn werk aanwezig was (op slechts honderden meters van de plaats van het delict) op het moment dat het delict werd gepleegd.
Het hof heeft de verweren verworpen. Volgens het hof zijn de getuigen die cliënt een alibi verschaffen niet betrouwbaar omdat het collega´s zijn die iets te laat op hun werk waren. Daardoor zouden deze getuigen er belang bij hebben om het tijdstip van aanwezigheid op de werkplek eerder te laten lijken dan mogelijk in werkelijkheid het geval was.
Het hof oordeelt verder dat het slachtoffer een signalement geeft van een man met een donkere huidskleur met een stoppelbaardje en kort haar, welk signalement bij cliënt past. Door de verdediging is dit signalement niet betwist, doch is aangevoerd dat de omschrijving van de donkergekleurde dader erg algemeen is geformuleerd. Vele donkere mannen zullen immers aan dit signalement voldoen. Daarnaast had het slachtoffer vlak na het delict een witte bestelbus zien rijden met een buis of een ladder op het dak. Cliënt reed inderdaad die dag in een witte VW Caddy met een pvc-buis op dakdragers. Volgens de verdediging is het hof voorbij gegaan aan getuigen die van dichtbij een ander merk en type auto dan een VW Caddy hebben gezien. Bovendien heeft één getuige de witte bestelauto in tegenovergestelde richting dan de richting van de bouwplaats van cliënt zien rijden. Tot slot hecht het hof waarde aan het feit dat het slipje van het slachtoffer anderhalve dag na het delict is gevonden in een mortelzak op de bouwplaats van cliënt. Dat deze bouwplaats voor derden vrij toegankelijk was en dat dit slipje door een ieder op de bouwplaats kan zijn gedeponeerd, heeft het hof beschouwd als “slechts de theoretische mogelijkheid” dat een ander dan cliënt het slipje aldaar heeft verborgen.
De verdediging is buitengewoon teleurgesteld in de uitspraak. Op basis van het dossier, het ontbreken van elk direct bewijs, de hardnekkige ontkenning van onze cliënt en de gebreken in de diverse getuigenverklaringen alsmede het voorhanden zijn van een alibi, kan naar de mening van de verdediging niet zonder gerede twijfel tot een veroordeling worden gekomen. De kans dat het gerechtshof een onschuldige persoon heeft veroordeeld is daarmee aanwezig.
De verdediging heeft de mogelijkheid om binnen 14 dagen beroep in cassatie in te stellen. Of van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, is nog niet bekend.
Klik hier voor de uitspraak.