De Hoge Raad velt op dinsdag 27 mei 2008 een oordeel in de zaak tegen onze cliënt, de heer Wim Moorlag. Onze cliënt is MS-patiënt. Hij verbouwde cannabis voor eigen gebruik om de symptomen van zijn ziekte, spasmen en pijn, te bestrijden. Cliënt stelt dat hij om die reden het recht had cannabis te telen. Het gerechtshof in Leeuwarden heeft onze cliënt op 17 oktober 2006 ontslagen van alle rechtsvervolging. Tegen deze uitspraak heeft het OM beroep in cassatie ingesteld.
Het hof oordeelde dat het telen van hennep formeel in strijd is met de opiumwet en met de gedachte achter deze wet. Anderzijds was uit diverse deskundigenverklaringen af te leiden dat cannabis heilzaam kan zijn voor patiënten. Cliënt had een conflict van belangen: enerzijds had hij een maatschappelijk belang bij naleving van de wet, anderzijds een belang bij het bestrijden van de spasticiteit en de pijn als gevolg van de ziekte MS. Het hof oordeelde dat, juist omdat er geen redelijke alternatieven voor cliënt aanwezig waren, het belang bij het bestrijden van de ziekteverschijnselen zwaarder weegt dan het maatschappelijk belang. Het hof honoreerde daarmee het beroep van de verdediging op overmacht. Om die reden heeft het gerechtshof cliënt ontslagen van alle rechtsvervolging.
Cliënt wordt bijgestaan door de mrs. Jan Boksem en Wim Anker.