Het OM in Leeuwarden is door het gerechtshof in diezelfde plaats alsnog gered. Het hof oordeelde op 3 juni 2008 dat het openbaar ministerie toch ontvankelijk is in de vervolging van een ten tijde van het feit 14-jarige jongen, ondanks het feit dat door de politie fouten zijn gemaakt in de opsporing. Eerder had de rechtbank in Leeuwarden conform het pleidooi van de raadsman het OM niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dit vonnis ging de officier van justitie in hoger beroep.
Onze cliënt wordt verweten dat hij samen met anderen een voorwerp in het lichaam van een andere jongen heeft gebracht. De officier van justitie heeft er voor gekozen dit feit ten laste te leggen als verkrachting.
Cliënt wordt bijgestaan door mr. Tjalling van der Goot.
Volgens het gerechtshof is gebleken dat het verhoor van cliënt grotendeels is afgenomen door een rechercheur waarvan niet vaststaat dat deze deskundig is op het gebied van zedenzaken. Dat is echter niet een zodanig grote fout dat deze moet leiden tot niet-onvankelijkheid.
In eerste aanleg had de officier van justitie de rechtbank en de verdediging nog voorgehouden dat het op geluidsband opgenomen verhoor van onze cliënt in het ongerede was geraakt. Volgens de rechtbank was daardoor niet meer te controleren hoe het verhoor was gegaan. Enkele maanden na het instellen van het hoger beroep is echter gebleken dat de band door het OM alsnog aan de stukken is toegevoegd. De verhoorsituatie is daardoor te controleren geweest. Het hof is niet expliciet ingegaan op de argumenten van de raadsman ten aanzien van de wijze van verhoor door de verbalisanten. Omdat jeugdzaken achter gesloten deuren plaatsvinden, kan de verdediging geen nadere inhoudelijke mededelingen doen over de inhoud van de gevoerde verweren.
De zaak is door het hof teruggewezen naar de rechtbank. De rechtbank zal zich te zijner tijd moeten buigen over de vraag of het feit te bewijzen is.
Hoewel de uitspraak van het hof in juridisch opzicht niet onverwacht is, is de verdediging teleurgesteld. Onze cliënt is een minderjarige jongen, die inmiddels lang onder de dreiging van de lopende strafzaak leeft. Cliënt wil graag van de zaak af. Om deze reden zal de verdediging bij de officier van justitie aandringen op een spoedige behandeling van de zaak.