Het gerechtshof in Leeuwarden heeft op woensdag 16 april 2008 voor de vijfde maal de behandeling van het hoger beroep in de zogeheten verkrachtingszaak Oostrum aangehouden.
De zaak betreft de verkrachting van een 13-jarig meisje uit Oostrum. Op 21 december 2006 is zij nabij haar woonplaats verkracht. De rechtbank heeft cliënt bij vonnis d.d. 19 april 2007 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, na een eis van het OM van 42 maanden. Tegen het vonnis hebben zowel de verdediging als het OM appel ingesteld. Cliënt ontkent het hem ten laste gelegde.
Op 1 februari jl. heeft het hof gelast dat een 18-tal bemonsteringen alsnog door het NFI zou worden geanalyseerd. Naar nu blijkt is van 17 bemonsteringen ofwel niets vast te stellen over dna ofwel slechts vast te stellen dat het ´matcht` met het dna van het slachtoffer. Er is echter één spoor aangetroffen op de broek van het slachtoffer. Van dit gemengde dna-profiel komen nevenkenmerken overeen met het dna-profiel van cliënt. Echter, statistische berekeningen met betrekking tot de bewijswaarde kunnen niet worden gedaan omdat volgens de ter terechtzitting gehoorde deskundige van het NFI, de heer dr. Bink, het dna-profiel niet voldoet aan de geldende criteria omdat essentiële informatie ontbreekt.
De verdediging wordt gevoerd door mr. Tjalling van der Goot.
Het hof heeft op verzoek van de verdediging bepaald dat een zogeheten Y-chromosomaal onderzoek plaatsvindt. Dat betekent dat de specifieke dna-kenmerken van de mannelijke celdonor uit het spoor wordt gehaald. Onderzoek kan uitwijzen dat onze cliënt met zekerheid is uit te sluiten als celdonor.
Het verzoek van de verdediging om de voorlopige hechtenis, al dan niet onder voorwaarden, te beëindigen, werd afgewezen.
Naar verwachting wordt in juni de behandeling voortgezet