Het hof te Amsterdam heeft toch de vervolging bevolen in de zaak rond mevrouw S. Millecam (beslissing 9 april 2008). Onze cliënt, de arts K., dient thans ook nog voor de strafrechter te verschijnen. Mr. Hans Anker treedt al jaren op voor K.
Het O.M. had de zaak aanvankelijk geseponeerd.
Opmerking verdient dat diverse feiten/verdenkingen al niet meer aan de orde kunnen komen. De verdediging deed ter zitting van het hof een beroep op verjaring. Mevrouw Millecam overleed namelijk al in augustus 2001. Het hof is ook van mening dat door het grote tijdsverloop geen vervolging meer zal kunnen plaatsvinden terzake van (bij voorbeeld) eenvoudige mishandeling (art. 300 lid 1 Sr), dood of zwaar lichamelijk letsel door schuld (art. 307 en 308 Sr) en art. 96 B.I.G.
Alleen als er een direct, rechtstreeks causaal verband kan worden aangetoond tussen gedragingen van K. en zwaar lichamelijk letsel bij of de dood van mevr. Millecam zal vervolging nog zinvol kunnen zijn.
K. acht zich niet schuldig aan laatstgenoemde feiten.
Het hof geeft slechts een voorlopig oordeel en is van mening dat nader rechterlijk onderzoek op zijn plaats is. Dit wil dus zeker nog niet zeggen dat een veroordeling van K. waarschijnlijk is. Zo zal er volgens het hof ook met name nader rechterlijk onderzoek moeten plaatsvinden naar de causaliteitsvraag (oorzaak en gevolg). Ook zal opzet aan de kant van K. bewezen moeten worden. Dit zal zeker niet eenvoudig zijn voor de rechtbank die deze strafzaak zal gaan behandelen. Cliënt en zijn raadsman zien de afloop ervan met vertrouwen tegemoet.
Rest nog om op te merken dat het cliënt en zijn raadsman opvalt dat het hof in het kader van de opportuniteit van de vervolging geen aandacht schenkt aan de omstandigheid dat de dood van mevrouw Millecam al intrad in augustus 2001.