Op 19 december 2007 heeft het openbaar ministerie (OM) in Groningen een persbericht doen uitgaan in de zaak van de brandstichtingen in en nabij het dorp ´t Zandt. In het persbericht is onder meer mededeling gedaan van het feit dat een 20-jarige man uit ´t Zandt is aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij een reeks brandstichtingen en pogingen daartoe. Klik hier voor het persbericht.
Deze man wordt verdedigd door de advocaten Jan Boksem, Tjalling van der Goot, Evert van der Meer en Wim Anker van het kantoor Anker & Anker in Leeuwarden.
Op 12 maart 2008 heeft RTV Noord bericht dat het genoemde persbericht van het OM onjuistheden bevat. Volgens RTV Noord heeft het OM deze onjuistheden bevestigd doch heeft deze gekwalificeerd als een “tekstuele onhandigheid”.
Tot dusver heeft de verdediging geen inhoudelijke mededelingen over de zaak gedaan. Het is gebleken dat politie en/of het OM minder terughoudend zijn geweest. Zo is onder meer toegestaan dat een journalist een maand lang het politieonderzoek heeft mogen volgen en heeft volgens de betreffende verslaggever deze zelfs volledige openheid van zaken in het onderzoek gekregen. Kern van hetgeen door of via het OM naar buiten is gebracht, is dat onze cliënt “bijna op heterdaad” is aangehouden. Door deze publicaties is een onjuist beeld over onze cliënt en diens mogelijke rol ontstaan. Om het scheve beeld over onze cliënt recht te zetten, reageert de verdediging op de berichtgeving van RTV Noord van 12 maart 2008.
Het persbericht van het OM bevat een aantal feitelijke onjuistheden:
- volgens het OM heeft de politie onze cliënt een schuurtje in Eenum zien ingaan. De politie heeft onze cliënt blijkens de observatieverslagen geen schuurtje zien ingaan.
- volgens het OM heeft de politie onze cliënt korte tijd later het schuurtje zien uitgaan. Uit het dossier blijkt echter dat de politie onze cliënt het schuurtje niet heeft zien uitkomen.
- volgens het OM is de politie daarna onmiddellijk in het pand gaan kijken alwaar een brandende kaars is waargenomen.Uit de stukken blijkt echter dat het ruim twee uren duurde na het laatste moment dat de politie onze cliënt heeft gezien alvorens de politie in de betreffende schuur lichtschijnsel waarnam en in de schuur is gaan kijken.
Uit observaties is slechts gebleken dat onze cliënt enkele uren voordat de poging tot brandstichting in de schuur is ontdekt in de buurt van Eenum is gezien. Enig verband tussen cliënt en het schuurtje is uit observaties niet naar voren gekomen.
Door de feitelijke onjuiste berichtgeving is het beeld ontstaan dat niemand anders dan onze cliënt de dader kan zijn geweest. Een beeld dat zich naar de mening van de verdediging niet verhoudt met de mededeling van het OM dat onze cliënt “bijna op heterdaad” is betrapt. Het is opmerkelijk dat de woordvoerder van het OM deze onjuiste weergave van de feiten in het persbericht (slechts) heeft gekwalificeerd als “tekstuele dwalingen”.
De verdediging is van mening dat de inhoudelijke argumenten moeten worden gewisseld in de rechtszaal en niet voordien reeds in de media. Onze cliënt is slechts verdachte, geen veroordeelde; de rechtbank zal over de schuld of onschuld binnenkort een oordeel moeten vellen. Een en ander betekent dat op dit moment geen nadere mededelingen over de zaak kunnen worden gedaan. Op 27 maart 2008 dient de zaak tegen onze cliënt bij de rechtbank te Groningen. Naar alle waarschijnlijkheid zal de zaak dan nog niet inhoudelijk worden behandeld.