Het gerechtshof in Leeuwarden doet op 29 februari 2008 om 13.30 uur uitspraak in de zogeheten lasergun-kwestie. De kantonrechter in Emmen had een 49-jarige inwoner van Borger van een snelheidsovertreding vrijgesproken omdat in strijd met de Aanwijzing van het openbaar ministerie de afstand van de agent met de lasergun tot de rijbaan niet was vermeld. Aldus kon niet worden vastgesteld volgens de rechters of de meting betrouwbaar was geweest.
Op 23 november jl. diende het hoger beroep reeds. Op 15 februari 2008 werd een tweetal verbalisanten als getuige ter zitting gehoord. Dit om uitleg te geven over de positie van waaruit met de lasergun de snelheidsovertreding werd opgespoord.
Het OM stelde dat het feit bewezen kon worden verklaard. De advocaat-generaal eiste een geldboete van € 480 en een voorwaardelijke rij-ontzegging van vier maanden.
De raadsman mr. Tjalling van der Goot bepleitte primair vrijspraak. In het algemeen is een verdachte namelijk bij opsporen door middel van de lasergun overgeleverd aan één verbalisant, te weten de bedienaar van de lasergun. Er is geen objectief en toetsbaar bewijsmateriaal. Er is geen uitdraai, harde schijf, foto of andersoortig bewijsmateriaal. Om die reden moeten hoge(re) eisen worden gesteld aan het proces-verbaal. Het is om die reden navrant dat het opsporen met de lasergun niet gebonden is aan procedurevoorschriften, regelgeving of wetgeving. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de bediening van de ademanalyseapparatuur. Nu voorts op enkele punten de gehoorde getuigen niet eenduidig waren, kon volgens de raadsman niet betrouwbaar bewezen worden geacht dat cliënt ter plaatste te hard heeft gereden.
Het hof doet uitspraak op 29 februari 2008 om 13.30 uur.