Naar aanleiding van de commotie die is ontstaan na de mondelinge uitspraak van het gerechtshof in Amsterdam over de wettelijke aansprakelijkheidsverzekering van landbouwvoertuigen heeft het hof een schriftelijke toelichting gepubliceerd. Deze luidt als volgt:
"Het hof heeft overwogen dat de artikel 34 WAM-verklaring was afgegeven voor een ongekentekend landbouwvoertuig, waarbij uitdrukkelijk is bepaald dat de verzekering uitsluitend van kracht is indien het verzekerde object een snelheid kan bereiken van ten hoogste 25 km per uur. Het onderhavige motorrijtuig was een zgn. motorrijtuig met beperkte snelheid, waarvoor geldt dat het een door de constructie bepaalde maximum snelheid van niet meer dan 25 km/h moet kennen. Uit technisch onderzoek is gebleken dat geen sprake was van een door de constructie bepaalde maximum snelheid en dat het onderhavige voertuig daadwerkelijk harder dan 25 km/u kon. De artikel 34 WAM-verklaring is derhalve afgegeven voor een ander type voertuig dan het onderhavige en de verzekering is afgesloten onder niet nagekomen voorwaarden, zodat deze in casu niet van kracht is. Dit heeft tot gevolg dat er in deze zaak geen sprake is van een geldige WAM-verklaring en dat het voertuig op de pleegdatum onverzekerd was. Tegen de uitspraak van het gerechtshof is beroep in cassatie ingesteld."
Het is ongebruikelijk dat de rechter publiekelijk een (mondelinge) uitspraak schriftelijk toelicht.
De verdachte, een 31-jarige inwoner van Zuidbeemster, wordt bijgestaan door mr. Tjalling van der Goot. De cassatieprocedure zal worden gevoerd door kantoorgenoot prof. mr. Jan Boksem. Het is nog niet bekend wanneer de Hoge Raad op het cassatieberoep beslist.