De rechtbank in Groningen heeft op 4 februari 2008 vonnis gewezen in de zaak tegen een 22-jarige inwoner van Groningen. Cliënt is veroordeeld wegens doodslag op zijn 19-jarige (ex)-vriendin op 24 april 2007 in de woning aan de Plutolaan in Groningen.
De rechtbank heeft cliënt tien jaar gevangenisstraf opgelegd. Die straf is gelijk aan de straf die eerder door het OM was geëist.
De verdediging wordt gevoerd door mr. Tjalling van der Goot.
Cliënt is buitengewoon teleurgesteld in de uitspraak.
De rechtbank hecht in het vonnis grote waarde aan het feit dat cliënt geen hulp heeft ingeroepen nadat cliënt stelt het slachtoffer te hebben verwurgd. Integendeel, cliënt heeft handelingen verricht om de politie op een dwaalspoor te brengen en is voorts de stad ingegaan. “Deze verwijtbare, berekenende en egocentrische handelswijze rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.”Deze overweging is opmerkelijk omdat cliënt op het moment van de verweten handelswijze in de veronderstelling verkeerde dat het slachtoffer reeds was overleden. De patholoog stelt thans dat het slachtoffer naar alle waarschijnlijkheid nog enige tijd heeft geleefd. De dood is echter voor een leek niet of nauwelijks vast te stellen. De verdediging meent dat het om die reden onjuist is dat cliënt wordt verweten geen medische hulp te hebben ingeroepen terwijl het volgens de deskundige logisch is dat een leek in de veronderstelling kan verkeren dat het slachtoffer reeds is overleden.
Daarnaast heeft de rechtbank een verweer van de verdediging verworpen, inhoudende dat gelet op min of meer vergelijkbare zaken een gevangenisstraf van vier jaren passend zou zijn. “De rechtbank merkt tot slot op dat zij het betoog van de raadsman niet zal volgen waar hij een beroep doet op straftoemeting in 'soortgelijke' zaken. Hoewel de rechtbank hecht aan het streven naar rechtseenheid, is in ieder geval deze zaak, overigens als vele anderen, zo eigen van aard dat de rechtbank deze op zijn eigen inhoudelijke merites beoordeelt.”De verdediging stelt dat met het opleggen van een gevangenisstraf van tien jaar weliswaar doodslag bewezen is verklaard maar een straf voor moord wordt opgelegd. De opgelegde straf loopt, gezien de straffen in andere zaken, in voor cliënt negatieve zin uit de pas.
De verdediging overweegt hoger beroep in te stellen. De termijn om hoger beroep in te stellen is veertien dagen.
Het gehele vonnis is hier te raadplegen.