Het gerechtshof in Leeuwarden heeft op 1 februari 2008 de behandeling van de zogeheten verkrachtingszaak Oostrum voor maximaal drie maanden aangehouden. De zaak is al enkele malen uitgesteld.
De zaak betreft de verkrachting van een 13-jarig meisje uit Oostrum. Op 21 december 2006 is zij nabij haar woonplaats verkracht. De rechtbank heeft cliënt bij vonnis d.d. 19 april 2007 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, na een eis van het OM van 42 maanden. Tegen het vonnis hebben zowel de verdediging als het OM appel ingesteld. Cliënt ontkent het hem ten laste gelegde.
Volgens het gerechtshof is gebleken dat van de dertien (!) bemonsteringen op en aan het lichaam van het slachtoffer slechts twee bemonsteringen zijn geanalyseerd. Zowel het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) als het Forensisch Laboratorium voor DNA-onderzoek (FLDO) concluderen dat in de onderzochte sporen te weinig varianten zijn aangetroffen om een betrouwbare conclusie te trekken over de aan- of afwezigheid van DNA van onze cliënt. Eerder stelde prof. De Knijff van het FLDO in een brief aan de raadsman nog dat onze cliënt werd uitgesloten als bron van het aangetroffen DNA in de onderzochte sporen. Volgens het gerechtshof moeten nu ook de nog niet onderzochte bemonsteringen door het NFI worden onderzocht.
Het hof heeft de zaak voor maximaal drie maanden aangehouden. Volgens het OM moet het NFI binnen deze termijn het aanvullende onderzoek kunnen afronden.
Het verzoek van de verdediging om de voorlopige hechtenis op te heffen dan wel te schorsen is door het hof afgewezen.
In hoger beroep wordt de man verdedigd door mr. Tjalling van der Goot.