De rechtbank in Leeuwarden heeft bij vonnis d.d. 3 januari jl. het OM in een zaak tegen een inmiddels 15-jarige verdachte niet-ontvankelijk verklaard. Onze cliënt werd verweten zich in 2006 samen met andere jeugdigen te hebben schuldig gemaakt aan verkrachting van een eveneens minderjarige dorpsgenoot. Cliënt zou een voorwerp in de anus van het slachtoffer hebben gebracht.
Onze cliënt wordt bijgestaan door mr. Tjalling van der Goot.
De rechtbank honoreerde een verweer van de verdediging. De rechtbank oordeelde dat de opsporingsambtenaren zich niet hadden gehouden aan de Aanwijzing van het OM. Zo bleek niet dat een van de verhorende rechercheurs gespecialiseerd was in zedenzaken. Ook had geen informatief gesprek met de aangever plaatsgevonden, zoals de Aanwijzing voorschrijft. Tot slot regelt de Aanwijzing dat van de verhoren bandopnames moeten worden gemaakt; deze banden zijn echter door de verdediging opgevraagd doch waren volgens de officier van justitie zoekgeraakt. Gelet op deze fouten oordeelde de rechtbank dat de vereiste bijzondere zorgvuldigheid in jeugdzaken niet in acht is genomen. Om deze reden heeft de rechtbank het OM niet-ontvankelijk verklaard.
Het OM heeft aangekondigd tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan.
De uitspraak is
hier te raadplegen.