Op 24 oktober 2006 heeft onder andere het (toenmalig) Tweede Kamerlid Eerdmans (Groep Eerdmans/Van Schijndel) schriftelijke vragen gesteld aan de minister van justitie. Eerdmans vroeg onder meer of namens advocaten opgestelde ´reclasseringsrapporten` door de strafrechter niet geaccepteerd zouden moeten worden “omdat hier sprake is van vérgaande belangenverstrengeling?”
Minister Verdonk (Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering) heeft recent mede namens de minister van justitie gereageerd.
Zij schrijft onder meer. “Het is de taak van de verdediging al hetgeen ten gunste van de verdachte strekt aan de rechter te presenteren. Wanneer de verdediging in dat kader een schriftelijk stuk produceert dat tracht inzicht te verschaffen in het persoonlijk en/of maatschappelijk functioneren van de verdachte, staat dat haar vrij. (…) Ik deel de mening dat uitsluitend rapporten van de reclassering in een strafzaak mogen worden gebruikt, derhalve niet.”
Het kantoor Anker & Anker, dat veelvuldig gebruik maakt van door het kantoor ingeschakelde forensisch maatschappelijk werkers in gevallen waarin de ´gewone` reclassering haar taak niet of niet tijdig kan uitvoeren, neemt met genoegen kennis van het standpunt van de minister. Wij kunnen derhalve, wanneer dit nodig is in het belang van onze cliënt, ´eigen` reclasseringswerkers inschakelen.
Eerder oordeelde de rechtbank in Leeuwarden dat de kosten voor het inschakelen van dergelijke forensisch maatschappelijk werkers voor vergoeding door de staat in aanmerking komen. Dit ondanks protest van het openbaar ministerie. Die uitspraak is te raadplegen op www.rechtspraak.nl onder LJN nummer AZ2686.
De minister geeft overigens in haar schriftelijke antwoord aan dat in veel zaken een onafhankelijk strafadvies van de reclassering gewenst is, “afgezet tegen de ernst van het delict, het residiverisico en de persoon van de verdachte. Een rapport in opdracht van de verdediging kan dit reclasseringsadvies niet vervangen.”
Het is ons niet duidelijk op welke zaken de minister doelt. Het is voorts niet helder in welke gevallen kennelijk eisen aan een voorlichtingsrapport omtrent de persoon van de verdachte worden gesteld, aan welke een door de verdediging ingeschakelde forensisch maatschappelijk werker niet zouden kunnen voldoen.
Wij zullen ook in voorkomende gevallen in het belang van onze cliënten van een forensisch maatschappelijk werker gebruik maken. Wij onderstrepen van harte het standpunt van de minister dat het uiteindelijk aan de rechter is om de waarde te bepalen. Het idee van voormalig kamerlid Eerdmans om op voorhand dergelijke rapporten te verbieden, hebben wij van meet af aan een ondoordacht plan gevonden. Bovendien zou een dergelijk verbod geen recht doen aan het principe dat OM en verdediging in beginsel met gelijke wapenen moeten kunnen strijden. Tot slot komt een zorgvuldige belangenafweging door de strafrechter in gevaar indien de reclassering niet in staat is een voorlichtingsrapport omtrent de persoon van de verdachte op te maken en het de verdediging niet toegestaan zou zijn zelfstandig te rechter te informeren door middel van een rapport van een forensisch maatschappelijk werker.
Het schriftelijk antwoord van de minister is te vinden op www.overheid.nl onder Kamervragen met antwoord, 2006-2007, nr. 836.