De rechtbank te Groningen heeft de behandeling van de zaak tegen onze cliënt, een 22-jarige inwoner van Groningen, voor maximaal drie maanden uitgesteld. Cliënt wordt verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan moord dan wel doodslag op diens 19-jarige (ex)vriendin. Het fatale incident vond plaats op 25 april jl. in een woning aan de Plutolaan te Groningen.
Cliënt wordt bijgestaan door mr. Tjalling van der Goot.
Door de verdediging was op voorhand bezwaar gemaakt tegen de beslissing van het OM om bepaalde informatie aan de verdediging te onthouden. Naar later bleek betrof de achtergehouden informatie een verslag van de patholoog, die sectie op het lichaam van het slachtoffer had verricht. De patholoog suggereert dat op basis van een experimentele onderzoeksmethode mogelijk geconcludeerd zou kunnen worden dat de aangetroffen letsels op verschillende tijdstippen voorafgaande aan de dood aangebracht zijn. Dit zou, als dat waar zou zijn, volgens de officier van justitie kunnen wijzen op voorbedachte rade, daar waar cliënt stellig verklaart in een opwelling te hebben gehandeld.
De rechtbank gelastte naar aanleiding van het bezwaar van de raadsman dat het OM voorafgaande aan de terechtzitting aan de verdediging toch de onthouden stukken moest afgeven. Dat is ook gebeurd.
De patholoog gaf zelf in zijn rapport al aan dat met zijn suggestie de nodige terughoudendheid betracht moet worden, omdat onvoldoende bekend is over de betrouwbaarheid van deze experimentele onderzoeksmethode. Om deze reden stelde de raadsman ter terechtzitting zich tegen een vordering van het OM tot uitstel te verzetten. De rechtbank daarentegen heeft de behandeling van de zaak voor maximaal drie maanden aangehouden. In deze tijd zal onder leiding van de rechter-commissaris nader onderzoek gedaan worden naar de door de patholoog aangehaalde onderzoeksresultaten en de betrouwbaarheid van de methode. Een nieuwe zittingsdatum is nog niet bekend.