Het gerechtshof in Leeuwarden heeft op 12 december 2007 in hoger beroep het verzoek van het openbaar ministerie om de Hell´s Angels chapter ´Northcoast` te Harlingen verboden te verklaren afgewezen. Mr. Gert Kaaij treedt op als raadsman van de chapter ´Nortcoast`.
Het hof oordeelt dat als uitgangspunt geldt dat de in de grondwet en het Europees verdrag voor de rechten van de mens “gewaarborgde vrijheid tot vereniging een grondbeginsel van onze democratische rechtsstaat is. Het verbieden van een rechtspersoon betekent een ernstige inbreuk op dit grondrecht waaraan slechts in het uiterste geval mag worden toegekomen.”
Het gerechtshof overweegt voorts dat onvoldoende is gebleken dat sprake is van zodanig wereldwijd en/of landelijk geformaliseerd verband dat de chapter Northcoast afhankelijk is van het in Nederland en wereldwijd bestaande organisatieverband van Hell´s Angels. Ook is volgens de raadsheren onvoldoende gebleken dat sprake is van een verantwoordingsplicht van de chapter Northcoast aan de Stichting Hell´s Angels Holland. Het hof oordeelt “dat het bestaande beeld van de Hell´s Angels clubs in het algemeen niet meebrengt dat elke individuele rechtspersoon in Nederland daardoor mede verantwoordelijk kan worden gehouden voor het handelen van andere clubs of leden van die andere clubs.”
De eventuele strafbladen van individuele members en mogelijke strafbare feiten bij deze individuele leden kunnen volgens het hof niet bijdragen aan een oordeel omtrent de werkzaamheid van de rechtspersoon. Een relatie tussen deze mogelijke strafbare feiten en de rechtspersoon is niet gebleken.
Hoewel het hof aanneemt dat wellicht sprake is geweest van deels maatschappelijk ongewenst gedrag, is geen sprake van een zodanig ernstige inbreuk op de openbare orde dat een verbodenverklaring en ontbinding van de rechtspersoon gerechtvaardigd is.
Het OM kan tegen deze beschikking beroep in cassatie aantekenen. Of het OM van de mogelijkheid gebruik zal maken is op dit moment niet bekend