Het gerechtshof in Leeuwarden heeft op 7 december 2007 een 38-jarige inwoner van IJlst veroordeeld wegens een snelheidsovertreding. Eerder had de kantonrechter te Sneek vrijgesproken omdat in strijd met de Aanwijzing van het openbaar ministerie de afstand van de agent met de lasergun tot de rijbaan in het proces-verbaal niet was vermeld. Aldus kon niet worden vastgesteld volgens de rechter of de meting betrouwbaar was geweest.
Onze cliënt wordt bijgestaan door zijn raadsman mr. Tjalling van der Goot.
Het hof oordeelt dat het voorschrift om de afstand tot de rijlijn te vermelden enkel is opgenomen om de waarborgen dat de gemeten snelheid zoveel mogelijk de werkelijke snelheid weergeeft. Volgens de ter terechtzitting gehoorde deskundige geldt dat hoe groter de afstand tot de rijbaan is, des te meer ten voordele van de verdachte wordt gemeten. Het hof verwerpt de stelling dat het voor de verdediging niet mogelijk is haar controlerende functie uit te oefenen.
Hoewel het hof oordeelt dat het niet vermelden van de afstand tot de rijlijn een vormverzuim in het voorbereidende onderzoek is geweest, heeft de verdachte volgens de raadsheren door dit verzuim geen nadeel geleden. Het hof verbindt aan het verzuim derhalve geen gevolgen. Wel oordeelt het gerechthof dat als gevolg van de onduidelijkheid over de afstand tot de rijlijn niet bewezen kan worden dat onze cliënt ter plaatse 117 km/u heeft gereden; wel heeft het hof bewezen verklaard dat onze cliënt in ieder geval 30 km/u harder dan de toegestane maximumsnelheid van 80 km/u heeft gereden.
Onze cliënt is veroordeeld tot een geldboete van € 264 en een voorwaardelijke rij-ontzegging van vier maanden.
Het is nog niet bekend of beroep in cassatie wordt ingesteld.
Voor de volledige uitspraak, klik hier.